In Memoriam: Zweitse Idsardi
(13-01-1966 – 17-02-2010)
Onlangs bereikte mij het bericht dat Zweitse Idsardi is overleden. Hij mocht maar 44 jaar worden. Nadenkend over dit droevige feit kwamen allerlei dingen uit het verleden naar boven. Min of meer drie periodes heb ik wat intensiever met hem te maken gehad. Over elk ga ik nu kort wat vertellen om mijn beeld te schetsen van hoe ik hem zal blijven herinneren.
Als kind kwam ik regelmatig bij de familie Idsardi over de vloer. Zij woonden vijf huizen verder aan de andere kant van de straat dan wij. Zijn en mijn moeder hebben bij elkaar in de klas gezeten op de lagere school. Ze zijn contact blijven houden en kwamen ze regelmatig bij elkaar op de koffie. Hoewel wij geen direkte buren waren kregen ze wel deze titel door ons gezin toebedeeld. Ik was zo’n negen maanden ouder dan Zweitse. Uit de beginjaren van onze basisschoolperiode herinner me hun hond Herta, de stoommachine die ze hadden, het slaapkamertje beneden met de schuifdeur. Ik zie nog het opgezwollen gezicht van Zweitse toen hij opgenomen was in het ziekenhuis als gevolg van een soort van jeugdreuma. Regelmatig speelden we bij hun thuis of in de omgeving.
Nog steeds spelen in mijn beleving bepaalde bijbelverhalen, die ik toen voor het eerst hoorde, zich daar bij hun af. De rivier Jordaan waar Naäman werd ondergedompeld liep gewoon achter hun schuur. De wijngaard van Nabot lag achter de oude en bijna ingezakte hooischuur van buurman ‘Jan Wessels’. Daar is voor mij nog steeds Nabot door toedoen van Koningin Izebel om het leven gebracht. Maar zeker niet in Israël, Palestina of hoe je het beloofde land ook wilt noemen, maar ‘gewoon’ bij de familie Idsardi in hun achtertuin.
In de puberteit speelde de tweede periode. Ik ging naar Drachten naar de MAVO en Zweitse bezocht de LTS. We hebben regelmatig samen/of in groepsverband de afstand naar school dan wel naar huis fietsend afgelegd. We hadden ook wel samen eens een oud damesbrommertje. Een Berini herinner ik me nog. Op één of andere manier moest er altijd aan worden gesleuteld. De contactpuntjes afstellen, bougies ontdoen van ‘kooltjes’ of gebroken gas- of remkabels repareren. Het waren ook de jaren dat ook onze muzikale smaak in ontwikkeling kwam. Voor Zweitse was AC/DC zo’n beetje de enige act die hem in die tijd kon bekoren. Veelvuldig draaide hij de LP ‘Dirty Deeds Done Dirt Cheap’. Naast het titelnummer herinner ik me vooral ‘Problem Child’ en ‘Big Balls’. In die tijd hebben we ons ook nog een tijdje met 27 MC-bakkies bezig gehouden.
De derde periode begon zo in de zomer van 1985 toen ik ging werken bij de N.T.F. (later Rendac). Zweitse was net iets eerder begonnen als medewerker in de zogenaamde ‘haarfabriek’. In die afdeling werd in tweeploegen varkenshaar gewassen, gesorteerd, gedroogd en vervolgens in balen geperst. Ik werkte in drieploegen en daardoor hadden we één keer in de zes weken dezelfde dienst. Ook nu ondergingen we weer vaak samen de heen- en terugreis. Ik koester vooral nog steeds warme herinneringen aan de dagen, dat ik als invaller, samen met hem werkzaam was op de haarfabriek. Ik zie hem nog voor mij met de onafscheidelijke groene laarzen terwijl de rest op werkschoenen liep. Op z’n hoofd een witte pet, van het type dat de trainer van ‘FC Knudde’ droeg, waaronder z’n lange blonde haren vandaan wapperenden.
Op een gegeven moment is de fysieke gezondheid van Zweitse achteruit gegaan en kwam hij terecht in een proces van afkeuring. Ik heb hem toen wel geadviseerd om kenbaar te maken iets anders binnen het bedrijf te willen gaan doen. Maar iets in de administratieve richting zag hij helemaal niet zitten. Hij had er blijkbaar vrede mee dat er een punt was gekomen dat hij en Rendac uit elkaar zouden gaan. Daarna is ons contact ook afgenomen en gingen onze wegen in verschillende richtingen.
Wat blijft zijn de herinneringen. Naar mijn idee loopt er een parallel tussen de muziek van eerder genoemde AC/DC en hoe Zweitse in het leven stond. De sound van de Australische rockformatie kenmerkt zich als recht-toe-recht-aan. Niet te moeilijk, ontdaan van alle opsmuk en franje, ruw en ongepolijst maar wel… goudeerlijk. Ook in de teksten geen diepgang of dubbele bodems. Gewoon zeggen hoe het zit en de dingen bij hun naam noemen en daarmee uit. De titel boven dit schrijfsel kan dan ook gelezen worden als een soort van wiskundige stelling die zegt dat:
A(C/DC) staat tot Z(weitze).
Zweitse genoot van de eenvoudige dingen in het leven. Filosofische bespiegelingen, diepere gedachten over geloof, politiek of cultuur, om maar eens wat te noemen, waren niet aan hem besteed. Voor hem was het genoeg om te dobberen en er was geen behoefte tot een diepere duik. Daarin verschilden we. Toch kan ik stellen dat de tijden die we samen hebben doorgebracht prettig van aard zijn geweest. Als symbolische dank hiervoor heb ik dan ook gemeend bovenstaande aan mijn weblog toe te voegen!
De wereld van o.a. kunst, cultuur, politiek, geloof en wetenschap, dichtbij en veraf, bekeken en gemeten door Jolmer Winkel (pseudoniem Willem Jonker) vanuit de wijk Rietkampen te Ede.
Interactie kan door het sturen van e-mail naar: jolmerwinkel@gmail.com of mij te gaan volgen op Twitter of vrienden te worden op Facebook.
dinsdag 23 maart 2010
vrijdag 19 maart 2010
Sjors Van De Rebellenclub
Dit jaar is het 25 jaar geleden dat ik begonnen ben met betaalde arbeid. In die periode heb ik bij vijf verschillende bedrijven een flink aantal mensen leren kennen. Hoewel ik Sjors maar een paar maanden heb meegemaakt heeft hij wel een dusdanige indruk gemaakt dat ik nu een heus artikel op mijn weblog aan hem heb gewijd. Wat hem zo speciaal maakte? Lees en oordeel zelf.
Hij kwam binnen als uitzendkracht voor het inpakken van dozen. Mijn chef had van te voren al te horen gekregen dat ze iemand gingen sturen van zijn leeftijd. Toen het bleek dat Sjors al in de zestig was, viel deze opmerking voor de chef opeens heel rauw op z’n (bijna kale schedel) dak. Hij was tenslotte maar begin vijftig! Voor het inpakwerk was het altijd een komen en gaan van mensen. Maar een al wat oude(re) man die in de VUT zat hadden we nog niet gehad. “Maar goed, waarom ook niet?” leek het devies van de leiding te zijn… “Laat maar komen die man!”.
Amper was Sjors binnen of hij ging al heel gerichte vragen stellen. Waarom verpakken jullie dat zo… is het niet beter om het zo te doen? Waarom is voor het afvullen deze methode gekozen? Als je de snelheid op dat punt gaat variëren is dat wellicht geen betere manier om (...)? Vraag na vraag vuurde hij af op ons af. Het was al snel duidelijk: een man met verstand van zaken zoals techniek, logistiek en statistiek was binnengetreden. En dat was nog maar het topje van de ijsberg van dingen waarover hij wist mee te praten. “Als ik ergens binnenkom dan weet ik na een kwartier al hoe de dingen in elkaar steken” zei hij op een gegeven ogenblik tegen mij. Daarbij doelde hij vooral op de menselijke verhoudingen. Z’n mensenkennis had hem blijkbaar ver gebracht.
De vraag die mij eigenlijk bezig hield was van een geheel andere orde. Ik wou graag weten waarom iemand zich bij een zuivelbedrijf laat detacheren voor lopende bandwerk met een achtergrond als o.a. interim-manager? Ik schrijf o.a. want hij had mij intussen al verhaald over diverse functies die hij in zijn leven had bekleed. Hij doseerde rustig en gaf enkele redenen op voor zijn aanwezigheid. Het pre-pensioen bleek toch lager dan hem was voorgerekend. Z’n vrouw was veel van huis om op de kleinkinderen te passen. Hij had enkele dure hobbies die gefinanciëerd moesten worden. Maar vooral... hij verveelde zich eigenlijk.
Sjors leek moeiteloos het gesprek aan te gaan met een ieder waar hij mee moest gaan samenwerken. Vanaf het eerste pak dat uit de afvulmachine sloop had hij het gesprek stevig in handen en liet het niet los tijdens de duizenden die gingen volgen. Hij gaf wel ruimte voor een reactie maar schakelde daarna steevast weer moeiteloos over naar een gesprek met een hoog monologisch gehalte. Geen onderwerp ging hij uit de weg. De man had overal kijk op wat dan ook automatisch altijd resulteerde in het ventileren van een doordachte mening. Niet iedereen kon dit aan moet ik eerlijkheidshalve vermelden. Op een gegeven moment kwam ik een collega buiten tegen. Deze inhaleerde stevig de rook van een sigaret om dit even later krachtig de atmosfeer in te blazen. “Zo… even genieten van dit Sjors-vrije moment” klonk het verzuchtend.
Ja, zeker mensen… Sjors had visie. Hij verhaalde graag over de dingen die hij in zijn leven had gedaan. Het verhuren van zeejachten, het saneren van een enveloppenfabriek, het runnen van een lokaal televisiestation, het uitgeven van bladen. De lijst was werkelijk lang. Je kon iets noemen en hij had er op één of andere manier mee te maken gehad.
Ook op maatschappelijk gebied had hij zich flink laten gelden. Begonnen als lid van D’66, later overgestapt naar de SP. Hij kon geanimeerd vertellen hoe hij menigmaal met Jan Marijnissen in discussie is geweest over de te volgen koers. Toen de partij met hem ging koketteren omdat ze met hem een miljonair in de gelederen hadden, stapte Sjors vervolgens op. Hij zocht aansluiting met het net opgerichte Leefbaar Nederland. Hij stelde zich beschikbaar als tegenkandidaat van Pim Fortuyn wat hem nog een optreden bij Barend & Van Dorp opleverde. Leefbaar Nederland kwam niet van de grond en Sjors heeft daarna nog met z’n eigen partij in de lokale Edense politiek een poging gedaan. Dit zonder enig succes.
Verder had hij enkele publicaties op zijn naam staan. Hij was actief betrokken geweest bij het emancipatieproces van allochtonen in de Nederlandse samenleving. Hij had een wetenschapsprijs ontvangen voor een populair-wetenschappelijk boek waaraan hij had meegewerkt. Ik kan hier nog wel even doorgaan met wat de beste man allemaal heeft gedaan. Sommige van mijn collega’s twijfelden openlijk of Sjors de waarheid wellicht iets geweld aandeed maar moesten na enkele gerichte google-acties hier toch van terug komen.
Al gauw verlegde Sjors z’n interesse van de infrastructuur van het bedrijf naar de mensen die er werkten. Hij legde mij haarfijn uit wie wel en wie niet goed functioneerden en wat er zou gebeuren met bepaalde posities als hij aan het roer zou staan. Dat er van de huidige situatie niet veel deugde was overduidelijk. Als uitzendkracht had hij het recht om dit tegen mij te ventileren. Sjors echter werd innerlijk sterk gedreven. Hij voelde dat hij er mee aan de slag moest gaan! Hij zocht de productiechef op voor een gesprek waarin hij z’n volledige visie op het bedrijfsgebeuren etaleerde. Hij deed zelfs het aanbod om geheel kosteloos verdere sessies hierover te organiseren. Het werd hoe langer hoe onrustiger binnen het bedrijf.
De aard van z’n gedrevenheid lag diep geworteld in z’n jeugd. In een klein dorpje onder de rook van Franeker lag de basis voor zijn voortvarendheid. Zelf heeft hij het op de volgende manier op zijn weblog beschreven:
Afkomstig uit een "achterlijk, agrarisch en religieus"-milieu (ref. uitspraak van Pim Fortuyn over niet-westerse immigranten) uit de binnenlanden van Friesland heb ik mij als achtste kind uit een groot boerengezin letterlijk naar boven en naar voren moeten vechten. Bovendien was ik volgens een bevooroordeelde hoofdonderwijzer na de lagere school slechts voorbeschikt om achter een hondenkar te lopen. Een fatalistische predestinatie waaraan ik mij met alle vrijkomende energie (met hulp van derden) heel snel voor 200 procent heb kunnen ontworstelen.
En na een heel leven van hard werken in het kader van de grote ontworsteling was hij nu hier bij ons. Zeg maar als een soort van wolf in schaapskleren tussen de zuivelpakken en de dozen. Rond de kerst zou Sjors z’n ‘finest moment’ gaan beleven. De traditionele kerstborrel was daar en onze visionair had een optreden als kerstman uitgedacht. Die dag was hij met de camper gekomen. Op een bepaald moment heeft hij zich hierin teruggetrokken om zich in het fluwelen rode pak te hijsen en de wollig gekrulde baard voor te hangen. Jo-ho-ho klonk het even later. Hij had de aandacht en dat zouden ze weten. Ik was (helaas) iets eerder vertrokken vanwege een andere verplichting. De afloop werd mij binnen een etmaal duidelijk.
De volgende ochtend trof ik Sjors al vroeg aan in de kleedruimte. “Ik denk dat ik mijn langste tijd hier wel heb gehad” sprak hij tegen mij. Ik keek verbaasd en Sjors ontvouwde voor mij zijn bevindingen van de vorige dag. Hij had een speech gehouden. Hij was zogenaamd in de hoofden van diverse mensen hoog en laag in de onderneming gekropen. En op die manier had hij zaken aan de kaak gesteld die er speelden. Maar de aanwezige leden van het management hadden er bij gestaan of ze elk net een kist met de allerzuurste appels hadden geconsumeerd. Zijn jo-ho-ho was overduidelijk, zonder een woord te spreken, beantwoord met een grondig no-no-no.
En inderdaad, de week daarop was het einde oefening voor Sjors. We hebben hem maar enkele maanden mee mogen maken maar het leken wel tropenmaanden. De rust keerde weer terug. Ik hoop maar dat de rebel in hem intussen definitief met pensioen is gegaan. Dat hij het schrikbeeld van de hondenkar nu voor eens en altijd achter zich laat. Gewoon lekker gaan wandelen met eigen hondjes. Een ritje maken met de sportwagen of de Harley. Er op uit met de camper. Maar nergens meer in gaan roeren en gewoon genieten van de rust. Maar ik ben bang dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan!
Hij kwam binnen als uitzendkracht voor het inpakken van dozen. Mijn chef had van te voren al te horen gekregen dat ze iemand gingen sturen van zijn leeftijd. Toen het bleek dat Sjors al in de zestig was, viel deze opmerking voor de chef opeens heel rauw op z’n (bijna kale schedel) dak. Hij was tenslotte maar begin vijftig! Voor het inpakwerk was het altijd een komen en gaan van mensen. Maar een al wat oude(re) man die in de VUT zat hadden we nog niet gehad. “Maar goed, waarom ook niet?” leek het devies van de leiding te zijn… “Laat maar komen die man!”.
Amper was Sjors binnen of hij ging al heel gerichte vragen stellen. Waarom verpakken jullie dat zo… is het niet beter om het zo te doen? Waarom is voor het afvullen deze methode gekozen? Als je de snelheid op dat punt gaat variëren is dat wellicht geen betere manier om (...)? Vraag na vraag vuurde hij af op ons af. Het was al snel duidelijk: een man met verstand van zaken zoals techniek, logistiek en statistiek was binnengetreden. En dat was nog maar het topje van de ijsberg van dingen waarover hij wist mee te praten. “Als ik ergens binnenkom dan weet ik na een kwartier al hoe de dingen in elkaar steken” zei hij op een gegeven ogenblik tegen mij. Daarbij doelde hij vooral op de menselijke verhoudingen. Z’n mensenkennis had hem blijkbaar ver gebracht.
De vraag die mij eigenlijk bezig hield was van een geheel andere orde. Ik wou graag weten waarom iemand zich bij een zuivelbedrijf laat detacheren voor lopende bandwerk met een achtergrond als o.a. interim-manager? Ik schrijf o.a. want hij had mij intussen al verhaald over diverse functies die hij in zijn leven had bekleed. Hij doseerde rustig en gaf enkele redenen op voor zijn aanwezigheid. Het pre-pensioen bleek toch lager dan hem was voorgerekend. Z’n vrouw was veel van huis om op de kleinkinderen te passen. Hij had enkele dure hobbies die gefinanciëerd moesten worden. Maar vooral... hij verveelde zich eigenlijk.
Sjors leek moeiteloos het gesprek aan te gaan met een ieder waar hij mee moest gaan samenwerken. Vanaf het eerste pak dat uit de afvulmachine sloop had hij het gesprek stevig in handen en liet het niet los tijdens de duizenden die gingen volgen. Hij gaf wel ruimte voor een reactie maar schakelde daarna steevast weer moeiteloos over naar een gesprek met een hoog monologisch gehalte. Geen onderwerp ging hij uit de weg. De man had overal kijk op wat dan ook automatisch altijd resulteerde in het ventileren van een doordachte mening. Niet iedereen kon dit aan moet ik eerlijkheidshalve vermelden. Op een gegeven moment kwam ik een collega buiten tegen. Deze inhaleerde stevig de rook van een sigaret om dit even later krachtig de atmosfeer in te blazen. “Zo… even genieten van dit Sjors-vrije moment” klonk het verzuchtend.
Ja, zeker mensen… Sjors had visie. Hij verhaalde graag over de dingen die hij in zijn leven had gedaan. Het verhuren van zeejachten, het saneren van een enveloppenfabriek, het runnen van een lokaal televisiestation, het uitgeven van bladen. De lijst was werkelijk lang. Je kon iets noemen en hij had er op één of andere manier mee te maken gehad.
Ook op maatschappelijk gebied had hij zich flink laten gelden. Begonnen als lid van D’66, later overgestapt naar de SP. Hij kon geanimeerd vertellen hoe hij menigmaal met Jan Marijnissen in discussie is geweest over de te volgen koers. Toen de partij met hem ging koketteren omdat ze met hem een miljonair in de gelederen hadden, stapte Sjors vervolgens op. Hij zocht aansluiting met het net opgerichte Leefbaar Nederland. Hij stelde zich beschikbaar als tegenkandidaat van Pim Fortuyn wat hem nog een optreden bij Barend & Van Dorp opleverde. Leefbaar Nederland kwam niet van de grond en Sjors heeft daarna nog met z’n eigen partij in de lokale Edense politiek een poging gedaan. Dit zonder enig succes.
Verder had hij enkele publicaties op zijn naam staan. Hij was actief betrokken geweest bij het emancipatieproces van allochtonen in de Nederlandse samenleving. Hij had een wetenschapsprijs ontvangen voor een populair-wetenschappelijk boek waaraan hij had meegewerkt. Ik kan hier nog wel even doorgaan met wat de beste man allemaal heeft gedaan. Sommige van mijn collega’s twijfelden openlijk of Sjors de waarheid wellicht iets geweld aandeed maar moesten na enkele gerichte google-acties hier toch van terug komen.
Al gauw verlegde Sjors z’n interesse van de infrastructuur van het bedrijf naar de mensen die er werkten. Hij legde mij haarfijn uit wie wel en wie niet goed functioneerden en wat er zou gebeuren met bepaalde posities als hij aan het roer zou staan. Dat er van de huidige situatie niet veel deugde was overduidelijk. Als uitzendkracht had hij het recht om dit tegen mij te ventileren. Sjors echter werd innerlijk sterk gedreven. Hij voelde dat hij er mee aan de slag moest gaan! Hij zocht de productiechef op voor een gesprek waarin hij z’n volledige visie op het bedrijfsgebeuren etaleerde. Hij deed zelfs het aanbod om geheel kosteloos verdere sessies hierover te organiseren. Het werd hoe langer hoe onrustiger binnen het bedrijf.
De aard van z’n gedrevenheid lag diep geworteld in z’n jeugd. In een klein dorpje onder de rook van Franeker lag de basis voor zijn voortvarendheid. Zelf heeft hij het op de volgende manier op zijn weblog beschreven:
Afkomstig uit een "achterlijk, agrarisch en religieus"-milieu (ref. uitspraak van Pim Fortuyn over niet-westerse immigranten) uit de binnenlanden van Friesland heb ik mij als achtste kind uit een groot boerengezin letterlijk naar boven en naar voren moeten vechten. Bovendien was ik volgens een bevooroordeelde hoofdonderwijzer na de lagere school slechts voorbeschikt om achter een hondenkar te lopen. Een fatalistische predestinatie waaraan ik mij met alle vrijkomende energie (met hulp van derden) heel snel voor 200 procent heb kunnen ontworstelen.
En na een heel leven van hard werken in het kader van de grote ontworsteling was hij nu hier bij ons. Zeg maar als een soort van wolf in schaapskleren tussen de zuivelpakken en de dozen. Rond de kerst zou Sjors z’n ‘finest moment’ gaan beleven. De traditionele kerstborrel was daar en onze visionair had een optreden als kerstman uitgedacht. Die dag was hij met de camper gekomen. Op een bepaald moment heeft hij zich hierin teruggetrokken om zich in het fluwelen rode pak te hijsen en de wollig gekrulde baard voor te hangen. Jo-ho-ho klonk het even later. Hij had de aandacht en dat zouden ze weten. Ik was (helaas) iets eerder vertrokken vanwege een andere verplichting. De afloop werd mij binnen een etmaal duidelijk.
De volgende ochtend trof ik Sjors al vroeg aan in de kleedruimte. “Ik denk dat ik mijn langste tijd hier wel heb gehad” sprak hij tegen mij. Ik keek verbaasd en Sjors ontvouwde voor mij zijn bevindingen van de vorige dag. Hij had een speech gehouden. Hij was zogenaamd in de hoofden van diverse mensen hoog en laag in de onderneming gekropen. En op die manier had hij zaken aan de kaak gesteld die er speelden. Maar de aanwezige leden van het management hadden er bij gestaan of ze elk net een kist met de allerzuurste appels hadden geconsumeerd. Zijn jo-ho-ho was overduidelijk, zonder een woord te spreken, beantwoord met een grondig no-no-no.
En inderdaad, de week daarop was het einde oefening voor Sjors. We hebben hem maar enkele maanden mee mogen maken maar het leken wel tropenmaanden. De rust keerde weer terug. Ik hoop maar dat de rebel in hem intussen definitief met pensioen is gegaan. Dat hij het schrikbeeld van de hondenkar nu voor eens en altijd achter zich laat. Gewoon lekker gaan wandelen met eigen hondjes. Een ritje maken met de sportwagen of de Harley. Er op uit met de camper. Maar nergens meer in gaan roeren en gewoon genieten van de rust. Maar ik ben bang dat het bloed kruipt waar het niet kan gaan!
vrijdag 5 maart 2010
Johnny Cash
Het nummer Hurt heb ik ontdekt naar aanleiding van een artikel van Rick de Gier in het Katern van het Nederlands Dagblad van 5 februari 2010. In dezelfde krant van 5 maart refereert Herman Veenhof ook aan dit nummer in het artikel Het slotakkoord van Johnny Cash. Het orgineel is van de rockformatie Nine Inch Nails.
Hoewel ik helemaal niets met deze band heb, en dacht ook niets met Johnny Cash te hebben, kwam er een kentering na het beluisteren en bekijken van bovenstaande videoclip. De combinatie van muziek, tekst en beeld heeft een geweldige indruk op mij achtergelaten.
Ik zal dan ook eens op zoek gaan naar wat de rest van The Man Comes Around, het album waar deze song onderdeel van uitmaakt, te bieden heeft. Het smaakt in ieder geval naar meer.
I hurt myself today
to see if I still feel
I focus on the pain
the only thing that's real
the needle tears a hole
the old familiar sting
try to kill it all away
but I remember everything
what have I become?
my sweetest friend
everyone I know
goes away in the end
and you could have it all
my empire of dirt
I will let you down
I will make you hurt
I wear this crown of thorns
upon my liar's chair
full of broken thoughts
I cannot repair
beneath the stains of time
the feelings disappear
you are someone else
I am still right here
If I could start again
a million miles away
I would keep myself
I would find a way
naschrift:
Ik heb intussen de CD American IV: The Man Comes Around van Johnny Cash in mijn bezit. Het geheel heeft een goede indruk op mij gemaakt. Ik had de hoop meer songs van het kaliber Hurt aan te treffen op het zilveren schijfje. Maar het bleek het hoogtepunt te zijn en de anderen 14 covers kunnen wat mij betreft niet tippen aan deze sobere doch geweldige uitvoering van het Nine Inch Nails orgineel!
donderdag 25 februari 2010
Veldhuizen A
Sinds het begin van 2007 wonen wij in de wijk Veldhuizen. Of beter gezegd in Veldhuizen A. Vaak roept het noemen van deze naam hier in de regio wel een reactie op. Voor wie niet zo op de hoogte is… Veldhuizen vormt dankbare munitie voor de politieke koers van de PVV van Geert Wilders.
Samen met probleemgebieden in Rotterdam, Gouda en nog recentelijk Culemborg wordt onze wijk vaak genoemd. Want hier worden regelmatig auto’s in de brand gestoken. Hier worden veelvuldig inbraken gepleegd. Hier worden chauffeurs van de wijklijndienst geïntimideerd.
Mede daardoor is hier een heus samenscholingsverbod van kracht. Een aantal camera’s houdt bewegingen in de wijk in de gaten. Dit alles omdat een gering aantal jongeren van allochtone afkomst de politieke agenda lokaal maar ook nationaal erg beïnvloeden. Tot mijn 35e had ik eigenlijk nooit met allochtone medelanders te maken gehad. Maar nu we hier in het 'midden des lands' wonen mag ik me zo langzamerhand ook wel een beetje een ervaringsdeskundige gaan noemen.
Tijdens een wandeling door onze buurt zie je allochtone jongeren met hun scooters rondcrossen. Hierbij zo’n beetje alle verkeersregels die er zijn aan hun laars lappen. Ik zie oudere bebaarde mannen in lange gewaden op over het voetpad voortschreiden. Vrouwen getooid met hoofddoek weigeren je aan te kijken en groeten al helemaal niet terug. Ook groepjes jongeren negeren je vaak geheel of laten je duidelijk minachting voelen wanneer je ze ergens op aanspreekt.
Dat is één kant van de medaille. Aan de andere zijde zijn daar de mensen van allochtone afkomst waar ik dagelijks mee te maken heb in mijn werk. Vrijwel allemaal hebben ze in de persoonlijke omgang op mij een warme indruk achtergelaten. Vaak merk ik op dat ze met mij weinig verschillen in hoe ik in de maatschappij sta en hoe ik over bepaalde dingen denk. Dat ze eigenschappen bezitten en denkbeelden hanteren die de wereld zondermeer zouden verbeteren.
Ik weiger dan ook te geloven dat allochtonen met een moslimachtergrond zo’n beetje aan alles schuld hebben zoals de PVV ons graag wil voorspiegelen. Er zijn legio autochtone Nederlanders die een duidelijk beeld hebben van allochtonen zonder echt persoonlijk contact met ook maar iemand van hun te hebben.
Ik probeer in mijn afwegingen zuiver te blijven denken. Mijn verblijf hier in Veldhuizen A heeft in ieder geval geen 'verwildering' in mijn denken over allochtonen opgeleverd. Maar die golf heeft helaas wel een aanzienlijk deel van de samenleving overspoeld...
Labels:
Column,
Ede,
Politiek,
Samenleving,
Veldhuizen
zondag 21 februari 2010
Jongens Van Stavast?
Het kabinet is gevallen. Afspraak is afspraak riep de PVDA. We hebben samen met het CDA en de CU een einddatum vastgelegd en daar houden we ons dan ook aan. Niks geen verlenging welke motieven daar ook aan ten grondslag liggen. Ik schets hier even in het kort wat de kern van de val is. En toegegeven, de houding van Bos & Co. is er één van principiële aard. Als je een afspraak maakt dan houdt deze op als de einddatum is bereikt. Punt uit. In het geval alle betrokken partijen tot de conclusie komen dat verlenging noodzakelijk is dan plak je er nog weer een tijdje aan vast. Maar zolang de neuzen niet dezelfde kant op wijzen dan is het simpelweg einde oefening. Juridisch geen speld tussen te krijgen. Hulde dus voor de PVDA die de rug recht houdt.
Maar toch bekruipt mij een gevoel dat deze houding wel erg selectief is. In het politieke bedrijf is afwijken van gemaakte afspraken geen zeldzaam verschijnsel. Tja… dat hebben wel zo vastgelegd maar dat moet worden bekeken in het licht van de toenmalige situatie en de huidige status is dusdanig dat... Vul het verder zelf maar in. Was het niet dezelfde Bos die zei niet in een kabinet te gaan zitten onder premier Balkenende? Ik moest glimlachen toen ik in een ingezonden stuk in de Metro las hoe iemand nog even het kwartje van Kok opperde. Dat zou tijdelijk van aard zijn. Daar zat dus ook een einddatum aan vastgeplakt. Nu kun je gaan debatteren hoelang tijdelijk is. Maar tijdelijk is nog wel steeds afgebakend met een eindstreep. Maar bij elke tankbeurt vloeien er nu nog steeds vele ‘kwartjes’ vanuit de portemonnee naar de staatskas. Een daar is de PVDA dan weer niet zo principiëel. Ach, het blijft ook allemaal politiek!
Maar toch bekruipt mij een gevoel dat deze houding wel erg selectief is. In het politieke bedrijf is afwijken van gemaakte afspraken geen zeldzaam verschijnsel. Tja… dat hebben wel zo vastgelegd maar dat moet worden bekeken in het licht van de toenmalige situatie en de huidige status is dusdanig dat... Vul het verder zelf maar in. Was het niet dezelfde Bos die zei niet in een kabinet te gaan zitten onder premier Balkenende? Ik moest glimlachen toen ik in een ingezonden stuk in de Metro las hoe iemand nog even het kwartje van Kok opperde. Dat zou tijdelijk van aard zijn. Daar zat dus ook een einddatum aan vastgeplakt. Nu kun je gaan debatteren hoelang tijdelijk is. Maar tijdelijk is nog wel steeds afgebakend met een eindstreep. Maar bij elke tankbeurt vloeien er nu nog steeds vele ‘kwartjes’ vanuit de portemonnee naar de staatskas. Een daar is de PVDA dan weer niet zo principiëel. Ach, het blijft ook allemaal politiek!
zaterdag 6 februari 2010
Stryper In Concert
Ik ben helaas niet geweest maar vond intussen enkele zeer goede opnames op YouTube van het concert dat Stryper op 23 januari j.l. gaf in Tivoli Utrecht. Jeugdsentiment van de bovenste plank. Het is intussen al bijna 25 jaar geleden dat ik een TDK D90-bandje in mijn handen kreeg gedrukt door collega Tamme. Op kant A stond Stryper-Soldiers Under Command geschreven. "Dat is christelijke hardrock" sprak hij... en ik fronste daarbij mijn wenkbrauwen. Maar het cassettebandje is vervolgens grijsgedraaid en betekende voor mij de start van een intensieve zoektocht naar de vermenging van harde rock en een bijbelse boodschap.
woensdag 20 januari 2010
Zwerfafval
Deze foto heb ik onlangs gemaakt tijdens een wandeling met onze kinderen door de wijk. Ik erger me dan veelvuldig aan het vele zwerfafval dat overal te vinden is. Met de regelmaat van de klok zie je ook winkelwagentjes liggen tussen de bomen of in perkjes. Ook vuurwerkresten die maar blijven liggen omdat de afstekers te beroerd zijn deze op te ruimen. Moet ik het allemaal maar beschouwen als een maatschappelijk geaccepteerd fenomeen?
Labels:
Ede,
Eigen Foto,
Milieu,
Samenleving,
Veldhuizen
dinsdag 19 januari 2010
Klinkhamer Af
Toen de Kameleon-serie werd verfilmd was dit voor mij persoonlijk een grote deceptie. Vrijwel alles wat ik in mijn jarenlange fantasie gestalte had gegeven is door regisseur Steven de Jong vakkundig om zeep geholpen. Er was vrijwel niets meer over van mijn eigen hersenspinsels. Tot overmaat van ramp had meneer de Jong in zijn wijsheid besloten de rol van vader Klinkhamer aan hem zelf toe te kennen.Fout, fout en nog een keer fout! Er kwam maar één iemand in aanmerking voor de rol van smid Klinkhamer. Dat was Grote Gert, een uit de klei getrokken boerenzoon uit de bovenrand van Friesland. Uit een dorp waar naar z’n eigen oordeel de tweedeling bestond uit fijn en grof. Hij behoorde zelf tot de laatste categorie. Grof als niet-kerkelijk en tevens grof als kenmerk voor z’n lichaamsbouw. Deze geblokte man leek fysiek in alles op hoe ik me de vader van de olijke tweeling Hielke en Sietse had voorgesteld. Ik zie nog z’n grote handen die in staat waren het ijzer, zonder tussenkomst van technische hulpmiddelen, te buigen in alle gewenste vormen. De natuur had hem getooid met een weelderige dos blonde krullen van waaronder hij de wereld ongecompliceerd op zich af liet komen.
Toen ik in 1985 met werken begon leerde ik hem kennen. Per toerbeurt was hij de chef van één van de drie ploegen waarvan ik deel uitmaakte. Vanaf het eerste moment dat ik hem zag wist ik het. Dit is ‘em... smid Klinkhamer in levende lijve. Ik maakte het voor mijzelf visueel. Ik zag hoe hij vol passie het aambeeld zou geselen met een gigantische voorhamer. Maar de verfilming liet maar op zich wachten. In 2003 was daar toch nog sprake van een rolprent. Maar eigenlijk was Gert al te oud om geloofwaardig de vaderrol op zich te nemen.
Maar toch… stel dat ik hem persoonlijk had aangemeld bij Steven de Jong? Maar tegelijkertijd besef ik ook dat een uitverkoren status heel ver weg zou zijn geweest. Want het belangrijkste aspect van acteren is nu éénmaal het goed kunnen invoelen, inleven van een personage in een bepaalde omstandigheid. En daar zat hem nou net de kneep. Dat dit niet Gert’s sterkste punt was illustreert wellicht de volgende gebeurtenis…
Ergens achter in de middag rijdt een auto langzaam het terrein op van het destructiebedrijf waar ik werk. Normaal heb ik hier geen zicht op want mijn werkzaamheden als operator spelen zich vooral binnen af. Maar deze keer is mijn taak het assisteren van de wagenlosser. Een grote berg slachtafval en kadavers ligt in de bunkers te wachten op verwerking. Vanuit de zogenaamde ontvangsthal zie ik het voertuig naderen. Nu is het niet toegestaan dat personenwagens het bedrijfsterrein betreden. Gert heeft het in de smiezen en met zeven-mijls-stappen treedt hij nader. Zijn grote, brede rechterhand gaat de lucht in en daarmee sommeert hij de chauffeur halt te houden.
Het raampje aan de bestuurderszijde gaat langzaam open. Op afstand zie ik hoe Gert in gesprek raakt en vervolgens in de richting wijst waar ik mijn werk uitvoer. De auto wordt in z’n achteruit geschakeld en komt de hal binnenrijden. De achterlampen lichtten fel op ten teken dat de rit z’n eindpunt heeft bereikt. Een al wat oudere man stapt uit en is op weg naar het kofferdeksel om deze te openen. Op de bijrijdersplek ontwaar ik een vrouwspersoon die haar hoofd heeft omgedraaid om kennis te nemen van wat er gaat gebeuren. Opeens wordt het me helemaal duidelijk als ik een hond zie liggen. Ik ben getuige van klein persoonlijk drama.
Deze mensen hebben hun dierbare viervoeter verloren. Jarenlang zijn ze onafscheidelijk geweest. En nu is het definitieve moment daar. Door zelf hun geliefde huisdier te komen brengen hebben ze het moment nog wat weten uit te stellen. Als laatste eerbetoon zijn ze nu samen hier. Waarschijnlijk is de afstand tussen thuis en deze kille plek zwijgzaam door hun afgelegd. Ik voel helemaal wat er in hun omgaat en kijk eerbiedig toe. Ik verwacht dat Gert een plek gaat aanwijzen. Dat hij zachtjes tegen de man zal zeggen hun overleden huisvriend daar maar neer te leggen. Dat hij dan later, als ze weg zijn, zal zorgen voor een gepaste afhandeling.
Maar nee… het loopt anders. Gert pakt de levensloze hond bij z’n beide achterpoten en jonast deze met een boog in één van de bunkers. De doffe plof galmt nog even na. Als extra service is hij nog wel bereid om de achterklep te sluiten. Met wederom dezelfde grote stappen is hij alweer weg. Daarbij mij, en wat ik veronderstel, het echtpaar verbouwereerd achterlatend. Het woord piëteit komt blijkbaar niet in z’n woordenboek voor. Hier begon me duidelijk te worden dat hij werkelijk tekort zou schieten als acteur. Voor mij was dan ook Grote Gert Klinkhamer af.
(De naam Gert is gefingeerd... hij heet werkelijk Bert) :-)
maandag 18 januari 2010
Een Lot Uit De Loterij
In één van mijn favoriete Thin Lizzy songs Cold Sweat, komt de volgende tekst voor:
They say chances on the outside
Are looking pretty slim
I feel so lucky on the inside
I feel I'm gonna win
Dit geeft wel aardig weer wat mensen die aan gokken dan wel loterijen meedoen voelen. Onlangs las ik een interessant artikel hierover in het januari-nummer 2010 van het blad Psychologie Magazine. Wat we natuurlijk al wisten wordt hierin nog eens wetenschappelijk bevestigd. Het meedoen aan loterij met een gigantische jackpot is bij voorbaat een zaak van weggesmeten geld. Statistisch gezien is de kans zo klein dat je beter elke maand de inleg opzij kunt leggen. Dan heb je na jaren nog een aardig potje om iets leuks te doen.
Verder kwam in het artikel naar voren dat veel mensen zich door diverse redenen veel meer kans toedichten dan dat ze in werkelijkheid hebben. I feel i’m gonna win dus, zonder dat daar goede aanwijsbare redenen voor zijn. Je psyche raakt beïnvloed en zegt dat je uiteindelijk wel het grote moment eens gaat beleven. Als je maar lang genoeg meedoet.
Bijna dagelijks voltrekt het volgende zich bij het begin van de werkdag. Een collega komt binnen, wenst mij een goedemorgen en vervolgt: "Jolmer… nog 15 dagen!". Hij bedoeld te zeggen dat over 15 dagen de volgende trekking van de staatsloterij is. Dan worden als z’n dromen waar. En niet alleen die van hem. Hij fungeert als een soort van bookmaker voor nog 9 andere collega's. Samen vormen ze een coöperatie met als hoofddoel het winnen van een gigantische miljoenenprijs.
De voorpret bestaat dan ook uit de fantasie de vrije loop te geven. Om bestemmingen te zoeken voor het geld als het grote moment daar is. De één zal direct mijn collega af zijn en de ander weet nog niet op welk moment te stoppen met werken. Maar dat er het één en ander in hun bestaan zal veranderen is wel duidelijk. Ik hoop voor hen dat ze nog eens als collectief voor de deur van het hoofd personeelzaken mogen staan. Dat ze één voor één naar binnen gaan om de voorgedrukte ontslagbrief, snel voorzien van de datum, daar met een smak op tafel te gooien.
Ik heb helemaal niets met deze materie. Ik ben meer van het behoudende soort. Van het type dat liever geld op een spaarrekening zet dan zich te storten op de aandelenmarkt. Waar dat toe kan lijden hebben we een jaar of wat geleden mogen aanschouwen. Alhoewel ik nu ook bedenk dat traditionele spaarvormen niet geheel risicoloos zijn. Daar kunnen DSB gedupeerden alles over vertellen. Wie niet steelt, wint of erft, blijft werken tot hij sterft luidt het gezegde. Ik heb nog wel een poosje te gaan met werken.
They say chances on the outside
Are looking pretty slim
I feel so lucky on the inside
I feel I'm gonna win
Dit geeft wel aardig weer wat mensen die aan gokken dan wel loterijen meedoen voelen. Onlangs las ik een interessant artikel hierover in het januari-nummer 2010 van het blad Psychologie Magazine. Wat we natuurlijk al wisten wordt hierin nog eens wetenschappelijk bevestigd. Het meedoen aan loterij met een gigantische jackpot is bij voorbaat een zaak van weggesmeten geld. Statistisch gezien is de kans zo klein dat je beter elke maand de inleg opzij kunt leggen. Dan heb je na jaren nog een aardig potje om iets leuks te doen.
Verder kwam in het artikel naar voren dat veel mensen zich door diverse redenen veel meer kans toedichten dan dat ze in werkelijkheid hebben. I feel i’m gonna win dus, zonder dat daar goede aanwijsbare redenen voor zijn. Je psyche raakt beïnvloed en zegt dat je uiteindelijk wel het grote moment eens gaat beleven. Als je maar lang genoeg meedoet.
Bijna dagelijks voltrekt het volgende zich bij het begin van de werkdag. Een collega komt binnen, wenst mij een goedemorgen en vervolgt: "Jolmer… nog 15 dagen!". Hij bedoeld te zeggen dat over 15 dagen de volgende trekking van de staatsloterij is. Dan worden als z’n dromen waar. En niet alleen die van hem. Hij fungeert als een soort van bookmaker voor nog 9 andere collega's. Samen vormen ze een coöperatie met als hoofddoel het winnen van een gigantische miljoenenprijs.
De voorpret bestaat dan ook uit de fantasie de vrije loop te geven. Om bestemmingen te zoeken voor het geld als het grote moment daar is. De één zal direct mijn collega af zijn en de ander weet nog niet op welk moment te stoppen met werken. Maar dat er het één en ander in hun bestaan zal veranderen is wel duidelijk. Ik hoop voor hen dat ze nog eens als collectief voor de deur van het hoofd personeelzaken mogen staan. Dat ze één voor één naar binnen gaan om de voorgedrukte ontslagbrief, snel voorzien van de datum, daar met een smak op tafel te gooien.
Ik heb helemaal niets met deze materie. Ik ben meer van het behoudende soort. Van het type dat liever geld op een spaarrekening zet dan zich te storten op de aandelenmarkt. Waar dat toe kan lijden hebben we een jaar of wat geleden mogen aanschouwen. Alhoewel ik nu ook bedenk dat traditionele spaarvormen niet geheel risicoloos zijn. Daar kunnen DSB gedupeerden alles over vertellen. Wie niet steelt, wint of erft, blijft werken tot hij sterft luidt het gezegde. Ik heb nog wel een poosje te gaan met werken.
dinsdag 12 januari 2010
Eerlijke Handel

Gisteravond ben ik naar een zogenaamde winterlezing geweest georganiseerd vanuit de GKV-Ede Zuid over het onderwerp Eerlijke Handel. Deze avond was de tweede uit een serie van vier met als thema 'Globalisering... en wij?'
Bij de vorige was de bekende weerman Reinier van den Berg uitgenodigd om te komen spreken over de klimaatsverandering en de gevolgen hiervan. Speciale spreker voor deze avond was Jan Huijgen aangekondigd als boer en filosoof.
Als ondernemer runt hij de Eemlandhoeve te Bunschoten. In plaats van de traditionele manier van schaalvergroting heeft hij in verleden gekozen voor een andere manier van landbouw bedrijven. En hierover kwam hij vertellen met veel passie en humor.
Hij gaf aan dat globaal gezien 20% van de mensen op onze aardbol (lees het rijke westen) 80% van de grondstoffen consumeren! Verder gaat er van de prijs van veel produkten in de winkel er maar 20% naar degene die het verbouwt/produceert. De resterende hoeveelheid gaat vooral op aan verpakking, vervoer en de (tussen)handel
Kernpunt van Huijgen’s betoog is eigenlijk dat het fout zit met de prijsopbouw van veel produkten zoals bijvoorbeeld die in de supermarkt. Door schaalvergroting en fusies kunnen supermarktketens de markt domineren. Door middel van wurgcontracten betaalt de zwakste schakel in het geheel letterlijk de prijs hiervoor.
Voor een boer of producent van een product is het dan ook vaak slikken of stikken. Terwijl de winstmarge vrijwel in zijn geheel gaat naar aandeelhouders van de handelsondernemingen. Om dit te doorbreken, dichtbij en ook veraf, is er een nieuwe manier van denken en handelen nodig.
Huijgen trok de parallel met geloven. De verbinding tussen de dogmatiek (kennis) en de ethiek (handelen) is de spiritualiteit. De schakel voor het veranderen van ons consumptiegedrag is dan ook passie. We hebben kennis over produkten en hoe ze tot stand komen. Door middel van verbazing of woede over bepaalde praktijken kunnen we tot een veranderd handelen komen.
Dit hoeft niet direct rigoreus maar kan ook klein beginnen door van bepaalde produkten de fair trade variant aan te schaffen. In ieder geval moet er transparantie komen hoe de prijs van een product is opgebouwd betoogde Huijgen. Op die manier kan iedereen weloverwogen keuzes maken.
Het was voor mij een inspirerend verhaal dat voldoende stof geeft tot verder na- en doordenken.
Abonneren op:
Posts (Atom)


