De wereld van o.a. kunst, cultuur, politiek, geloof en wetenschap, dichtbij en veraf, bekeken en gemeten door Jolmer Winkel (pseudoniem Willem Jonker) vanuit de wijk Rietkampen te Ede.
Interactie kan door het sturen van e-mail naar: jolmerwinkel@gmail.com of mij te gaan volgen op Twitter of vrienden te worden op Facebook.
maandag 28 maart 2011
donderdag 24 maart 2011
In De Bonen
Op basis van deze gedegen opleiding heb ik al enkele malen probleemloos van werk kunnen veranderen toen dat nodig was.
Het is een goede stap geweest om deze beroepsopleiding te volgen, want met het instituut VAPRO kun je gewoonweg jezelf in de etalage zetten
Bij mijn huidige werkgever doen twee collega’s de A opleiding. Als de situatie het toelaat mogen ze onder werktijd zich met hun studie bezighouden. Vandaar dat hun lesmateriaal op de afdeling ligt en ik het wel eens aan kijkje onderwerp. “Oh ja, dat weet ik ook nog.” of “Nee, dat heb ik toen niet gehad” mompel ik dan al bladerend door lesstof.
Onlangs las er een les over monstername op tafel. Ik volgde de pagina’s. Op een gegeven moment viel mijn oog op een foto. Ik herkende één van de twee afgebeelde personen. Ik herkende de afdeling waar het kiekje was geschoten. Daar op die plek heb ik in het verleden veel tijd doorgebracht. Ik was weer heel even terug bij mijn eerste werkgever.
Tot nu toe nog niets aan de hand. Maar toen las ik het onderschrift. “De operator bespreekt de structuur van een cacaomonster met een laborant”.
VAPRO… wat maak je me nou? Zijn jullie nu helemaal in de (cacao) bonen? Dit is toch wel een flater van het ergste soort! Op dat moment kelderde voor mij ‘het aandeel VAPRO’ naar een ongekende diepte. Ik ga mijn diploma verplaatsen van de woonkamer naar een doos op zolder. Een gedachte die nu spontaan bij mij opkwam.
Wat is namelijk het geval? Het materiaal dat de twee heren staan te bekijken bestond echt niet uit gemalen cacaobonen. Enkele uren geleden was het nog een paardekop, kippepoot of de inhoud van een varkensdarm. Kortom, het resultaat van dierlijke recycling. Daar is echt geen associatie met een dampende mok chocolademelk mogelijk lijkt mij.
Ik ben intussen alweer bekomen van de schrik. Ik hoop dat ik in de toekomst niet nog een keer tegen zo'n educatieve dwaling in de studieboeken aanloop. Ik heb nu in ieder geval mijn innerlijke rust weer terug. Ik schakel ‘s avonds graag weer het spotje aan dat mijn ingelijste diploma zo sfeervol verlicht.
vrijdag 18 maart 2011
Tanaquiz...
"Ladies and gentlemen... we got 'em". Vandaag was het zo ver. De jaarlijkse kennisquiz van het bedrijf waar ik werk werd gehouden. Het was de vierde editie waar ik als deelnemer bij aanwezig was. Het team waar ik onderdeel van ben had al een vierde, derde en tweede positie op haar palmares staan.
Maar nog nooit werd het hoogste schavot betreden. Maar daar is nu verandering in gekomen. Binnenkort wordt de naam van ons team in het schild aan de voet van de wisselbeker gegraveerd.
"Ik kijk er dan ook reikhalzend naar uit om dit jaar van die vermaledijde derde en tweede plaatsen af te komen" had al één van mijn teamgenoten voortijdig (wellicht profetisch?) uitgesproken.
Als de kennisquiz een wielerkoers was geweest waren wij de renner die direkt na het startschot ging demarreren. Hierna gestaag uitlopend op de rest. Halverwege kreeg hij van de wedstrijdleiding door dat hij een grote voorsprong had opgebouwd. Nu was het slechts een zaak van stevig doortrappen, vlak voor de finish rechtop gaan zitten, shirtje rechttrekken, handen in de lucht steken en de benen stil houden en over de meet rollen.
Maar de tweede helft van de koers zou moeizamer verlopen. Verzuring, de geselaars der pedalen kennen het fenomeen. We lieten steken vallen. Op de vraag welke beroepsgroep gebruik maakt van een parisieneboor viel onze gok verkeerd uit. Onze kennis van films over bekende schilders/tekenaars schoot te kort. Een muzieknummer van The Smiths (her)kenden we niet. De goed geoliede machine ging iets haperen.
Met de finish in zicht voelden we het peloton hijgen in onze nek. Nog even een tandje bijzetten en op karakter de strijd beëindigen. Op het laatst was onze voorsprong geslonken tot slechts enkele meters. Maar het ultieme doel werd gehaald… als eerste over de streep.
Maar aan de top komen is één... er blijven voor de komende jaren is nu de grote uitdaging. Het min of meer vaste team had dit jaar toch wat averij opgelopen. Een tweetal was door verschillende redenen niet beschikbaar. Van de één was het ruim van te voren bekend en de andere moest ter elfder ure verstek laten gaan. Het voelde een beetje als het voetbalteam dat net voor de bekerfinale enkele spelbepalende spelers door blessures of schorsingen moet missen.
Gelukkig konden twee adequate vervangers worden gevonden en het resultaat was een mooie avond in de kantine. Oeps... ik bedoel natuurlijk bedrijfsrestaurant! Voorlopig even nog genieten van de roem en dan gauw weer terug naar het internet, de bibliotheek, de kast met cd's/dvd's en een grote stapel kranten en tijdschriften. Het wordt weer keihard trainen en vooral afzien.
Topwielrenner Lance Armstrong zei dan ook altijd dat je de tour niet wint in juli maar met de kerst. Terwijl de concurrentie aan de kalkoen en de wijn zat beklom hij in alle eenzaamheid nog maar eens een besneeuwd bergje van eerste categorie. Ver weg van familie en vrienden. "It's the price you have to pay" klonk het dan uit zijn mond. Maar hij won de ronde van Frankrijk maar mooi wel zeven keer achter elkaar!
Dus ben ik nu al weer bezig met volgend jaar. Ik bestudeer op dit moment Hongaarse literatuur uit de 15e eeuw. Verder zoek ik uit welke radiopresentators de KRO heeft gehad sinds de oprichting in 1925. Je weet het maar nooit of ze dat gaan vragen... je kunt het gewoonweg er niet op aan laten komen!
Dhr. Armstrong stond er ook om bekend dat hij in de voorbereiding voor de tour helemaal niets aan het toeval overliet. En laat het duidelijk zijn... dat heeft hem heel ver gebracht.
Maar nog nooit werd het hoogste schavot betreden. Maar daar is nu verandering in gekomen. Binnenkort wordt de naam van ons team in het schild aan de voet van de wisselbeker gegraveerd.
"Ik kijk er dan ook reikhalzend naar uit om dit jaar van die vermaledijde derde en tweede plaatsen af te komen" had al één van mijn teamgenoten voortijdig (wellicht profetisch?) uitgesproken.
Als de kennisquiz een wielerkoers was geweest waren wij de renner die direkt na het startschot ging demarreren. Hierna gestaag uitlopend op de rest. Halverwege kreeg hij van de wedstrijdleiding door dat hij een grote voorsprong had opgebouwd. Nu was het slechts een zaak van stevig doortrappen, vlak voor de finish rechtop gaan zitten, shirtje rechttrekken, handen in de lucht steken en de benen stil houden en over de meet rollen.
Maar de tweede helft van de koers zou moeizamer verlopen. Verzuring, de geselaars der pedalen kennen het fenomeen. We lieten steken vallen. Op de vraag welke beroepsgroep gebruik maakt van een parisieneboor viel onze gok verkeerd uit. Onze kennis van films over bekende schilders/tekenaars schoot te kort. Een muzieknummer van The Smiths (her)kenden we niet. De goed geoliede machine ging iets haperen.
Met de finish in zicht voelden we het peloton hijgen in onze nek. Nog even een tandje bijzetten en op karakter de strijd beëindigen. Op het laatst was onze voorsprong geslonken tot slechts enkele meters. Maar het ultieme doel werd gehaald… als eerste over de streep.
Maar aan de top komen is één... er blijven voor de komende jaren is nu de grote uitdaging. Het min of meer vaste team had dit jaar toch wat averij opgelopen. Een tweetal was door verschillende redenen niet beschikbaar. Van de één was het ruim van te voren bekend en de andere moest ter elfder ure verstek laten gaan. Het voelde een beetje als het voetbalteam dat net voor de bekerfinale enkele spelbepalende spelers door blessures of schorsingen moet missen.
Gelukkig konden twee adequate vervangers worden gevonden en het resultaat was een mooie avond in de kantine. Oeps... ik bedoel natuurlijk bedrijfsrestaurant! Voorlopig even nog genieten van de roem en dan gauw weer terug naar het internet, de bibliotheek, de kast met cd's/dvd's en een grote stapel kranten en tijdschriften. Het wordt weer keihard trainen en vooral afzien.
Topwielrenner Lance Armstrong zei dan ook altijd dat je de tour niet wint in juli maar met de kerst. Terwijl de concurrentie aan de kalkoen en de wijn zat beklom hij in alle eenzaamheid nog maar eens een besneeuwd bergje van eerste categorie. Ver weg van familie en vrienden. "It's the price you have to pay" klonk het dan uit zijn mond. Maar hij won de ronde van Frankrijk maar mooi wel zeven keer achter elkaar!
Dus ben ik nu al weer bezig met volgend jaar. Ik bestudeer op dit moment Hongaarse literatuur uit de 15e eeuw. Verder zoek ik uit welke radiopresentators de KRO heeft gehad sinds de oprichting in 1925. Je weet het maar nooit of ze dat gaan vragen... je kunt het gewoonweg er niet op aan laten komen!
Dhr. Armstrong stond er ook om bekend dat hij in de voorbereiding voor de tour helemaal niets aan het toeval overliet. En laat het duidelijk zijn... dat heeft hem heel ver gebracht.
zondag 13 maart 2011
Voetbalplaatjes

Mochten mijn vrouw en ik geen kinderen hebben die de basisschool doorlopen... het zou waarschijnlijk allemaal langs ons heen zijn gegaan. Maar we hebben ze (gelukkig wel) in die categorie en daarom is het onontkoombaar... bij ons thuis zijn voetbalplaatjes ook een 'hot' item.
Nu behoort de supermarktketen, die de plaatjes bij een bepaald aankoopbedrag kado doen, niet tot de filialen waar wij doorgaans de boodschappen halen. We zijn als ouders ook niet van plan dit te veranderen… voetbalplaatjes of niet.
Maar daar denken onze jeugdige verzamelaars toch heel anders over. Hun bede om ons koopgedrag (tijdelijk) te veranderen is gewoonweg sterk.
Het moet gezegd worden... het concept van voetbalplaatjes is ronduit geniaal en het kost vrijwel niets. De kosten die gemaakt worden zitten vooral in die van het papier en het drukken. Verder zullen de voetballers er ook wel iets voor krijgen. Maar hoeveel zou je daaraan kwijt zijn?
Even rekenen... 11 basisspelers plus een trainer en nog wat reservespelers er bij. Pak ‘em beet... 20 personen per ploeg. Er zijn 18 clubs in de eredivisie. Dat zijn er dan zo’n 350 voetballers die je een boekenbon van 25 euro geeft. Ben je met 9000 euro klaar! En de spelers, die het boek nog niet bezitten, hebben daardoor een mooie aanleiding om De Ontvoering Van Alfred Heineken als nog aan te schaffen!
Om er voor te zorgen dat de actie van langlopende duur is pas je een strategische oplossing toe. Van de tronie van een heel bepalende speler van een heel bekende club breng je maar een gelimiteerd aantal in de omloop. Zo nu ga je er lekker bij zitten en handenwrijvend ga je aanschouwen hoe de omzet in enkele weken naar grote hoogten stijgt!
In het verleden stond ik al eens te wachten bij één van de kassa’s van de grutter die op de kleintjes let. Voor mij was een mevrouw de boodschappen op de band aan het leggen. Er leek bijna geen einde aan te komen. De inhoud van twee volle karren moest de prijsscanner passeren. Toen na het laatste artikel ‘de schade’ kon worden opgemaakt noemde het winkelmeisje een bedrag van dik in de 200 euro!
“Wilt u ook voetbalplaatjes?”. Ze keek in de richting van de mevrouw die net het eindbedrag had gepind. Een puur retorische vraag. "Natuurlijk... wat denk je dat er gaat gebeuren als ik zonder thuis kom!” was het antwoord. Ze was een moeder met een missie. Op pad gestuurd door haar kroost om vooral flink boodschappen in te slaan. Want dan krijg je heel veel voetbalplaatjes hadden ze haar thuis al snel voorgerekend.
Hoewel wij geen regelmatige klant zijn van A.H. te E. (wel vier vestigingen) komen onze kinderen toch thuis met plaatjes. Die krijgen ze van klasgenoten. Want die hebben natuurlijk de reserve-spits van Willem II al vijf keer en ook een overmaat aan de rechtermiddenvelder van de Graafschap. Alles hebben ze dubbel of drie-dubbel maar nog steeds niet de kop van de internationale spits van de hoofdstedelijke club.
Dus mams wordt weer eens gevraagd, gesmeekt, dan wel onder druk gezet om toch maar weer eens (extra) boodschappen te halen in de hoop dat ‘ie er deze keer bij zit. En als dat niet lukt hebben de kinderen nog een optie om aan het felbegeerde plaatje te geraken. Ze stellen zich strategisch op bij de in/uitgang van de winkel en wachten geduldig af.
Er zijn altijd mensen die net pakjes met plaatjes hebben aangenomen maar niemand in hun direkte omgeving hebben die ze verzamelen. De kinderen kijken je dan wat smekend aan en vragen heel beleefd of jij de pakketjes af zou willen staan. En het werkt heb ik mogen aanschouwen toen ik een tijdje geleden toch voor iets bij ‘Heijn moest zeijn’
Maar ik zag ook iets anders. Een jongen en en meisje stonden geduldig te wachten achter een dranghek dat er speciaal voor de jeugdige plaatjesjagers is geplaatst. Een paar meters daarachter sloegen hun ouders het kroost gade. Aan de houding en de manier van kijken van de vader was het voor mij plotsklaps duidelijk... het is eigenlijk papa die op zoek is naar het hoofd van Suarez.
Maar die gaat daar natuurlijk geen uitgewinkelde mensen op staan wachten… stel je voor dat de buurman er net aankomt. Nee, dan maar het ‘vuile werk’ door zoonlief laten opknappen.
Eigenlijk een zielige vertoning. Gelukkig interesseren voetbalplaatjes mij niet zo. Ik ga echt niet van winkel veranderen hiervoor. Ik ga echt niet meer boodschappen kopen dan nodig om toch aan de ontbrekende voetballers te komen. En ik ga al helemaal niet onze kinderen laten posten om uitgewinkelde plaatsgenoten stukjes papier af te troggelen. Nee, ik heb er gelukkig niets mee.
Maar stel dat iemand bij het management van Albert Heijn zou bedenken om plaatjes te verstrekken van bekende hardrockgitaristen! Dat ik Dave Meniketti van Y and T dan al vijf keer had. Dat ik Dokken’s George Lynch ook al driedubbel bezat. Dat ik ze allemaal al had... behalve die van jeugdidool Edward van Halen.
Ik denk dat ik de nacht van zondag op maandag in een slaapzak voor de winkel zou doorbrengen, om direkt na opening, elke klant met volle boodschappenkar te aan te klampen! Vragend, smekend en als het moet intimiderend. Als het resultaat maar is dat 'Eddie' boven water komt...
Met dank aan M. Brus voor de fraaie grafische bijdrage bij dit artikel!
maandag 7 februari 2011
Gary (Is No) Moore
Vandaag attendeerde een collega mij erop dat Gary Moore is overleden. Hij is 58 jaar geworden. Toen ik interesse in rockmuziek kreeg waren het gitaristen als Eddie van Halen, Michael Schenker en Gary Moore die mij vooral erg aanspraken.
Ik herinner mij opeens beelden op televisie van Pinkpop. Het was in 1983 dat Gary Moore daar acte de presence gaf. Dat was zo'n beetje mijn eerste kennismaking met hem. Ik heb op YouTube gezocht en vond bovenstaand fragment. Het nummer 'Nuclear Attack' was toen heel actueel in die tijd van de zogenaamde 'koude oorlog'. Dreiging van het gebruik van kernwapens hield het oosten en het westen in haar greep.
Gary Moore heeft zich hier met uitstekende muzikanten omringd. We horen en zien drummer Ian Paice (bekend van Deep Purple), bassist Neil Murray en meestertoetsenist Don Airey. Het gitaarspel van Gary Moore is altijd buiten alle discussie verheven geweest, dit in tegenstelling tot zijn vocale capaciteiten. Daarin schoot hij voor mij persoonlijk wat te kort.
Toen Gary Moore het hardrockpad verliet en de blues(rock) ging omhelzen zijn dan ook onze wegen gescheiden. Het zou commercieël een groot succes voor hem gaan worden. Ik hou het (voorlopig) maar bij de hardrockzijde van de beste man... maar wie weet wat de toekomst nog gaat brengen. Ik merk ook dat bij het klimmen der jaren mijn smaak breder aan het worden is.
donderdag 3 februari 2011
Shoot 'em Down Darrell!
Het was aangenaam vertoeven achter het donker getinte glas. De zomerzon was oppermachtig en regeerde over het landschap dat intussen een dorre aanblik verschafte.
Ik was bezig met het laatste gedeelte van een treinreis door het westen van de Verenigde Staten Het grootste gedeelte van het traject Denver-Seattle zat er op. Een paar uur nog en er zijn zo’n slordige vijfduizend kilometers door mij afgelegd in het land van de 'onbegrensde mogelijkheden'.
De trein mindert vaart ten teken dat het volgende station in aantocht is. Ik draai aan de afstemknop van mijn walkman op zoek naar een lokaal radiostation. Op zoek naar muziek nu de batterijen het vermogen niet meer kunnen leveren een cassettebandje op het juiste toerental te houden. Het restant aan energie is nog wel voldoende om nog een poosje naar de radio te luisteren. Ik zal in Seattle wel nieuwe gaan kopen.
De trein is intussen geheel tot stilstand gekomen. Het perron is leeg en ik zie ook niemand die deze plek als eindbestemming heeft en net is uitgestapt. Ik buig me voorover om iets eetbaars te zoeken in mijn reistas. Het levert een muslireep op. Als ik weer opkijk zie ik een jongeman naderen, gemillimeterd haar, strakke spijkerbroek en wit t-shirt. Ik schat hem begin twintig. Alles lijkt er op dat hij naast me komt zitten. Zijn baggage wordt in het daar voor bestemde rek gelegd. Nadat hij plaats heeft genomen knik ik hem vriendelijk toe.
Na een poosje raken we in gesprek. Hij blijkt op weg te zijn naar Seattle waar hij het weekend door wil brengen. Hij is marinier van beroep en in die hoedanigheid is hij al enkele malen in Europa geweest. Hij stelt zich voor als Darrell. We komen te spreken over verschillen tussen de Amerikaanse en de cultuur hier in het westen van Europa. Hij blijkt goed op de hoogte te zijn van dingen die in beide continenten spelen.
Op een gegeven moment opper ik dat één van de aspecten van de Amerikaanse samenleving, waarmee ik erg moeite heb, vrij wapenbezit betreft. Dat iedereen, die aan bepaalde voorwaarden voldoet, een winkel kan binnen stappen om daar een vuurwapen naar persoonlijke smaak aan te schaffen! Het bleek een schot in de roos… ik had blijkbaar een wel heel gevoelige snaar geraakt.
Hij veerde op. Zijn stem veranderde van intonatie. Het gesprek was tot nu toe in balans geweest. Om de beurt hadden we ongeveer op gelijke voet de spreektijd kunnen invullen. Maar nu veranderde hij in de leraar en ik had maar te even luisteren. Hij doseerde en ik kreeg een fikse portie ‘constitutional rights’ over me heen gegoten. Zijn oratie ging verder over recht op zelfverdediging, over ‘amendments’ die aan de basis stonden van de Amerikaanse samenleving.
Ik bleef beleefd luisteren en wachtte totdat het heilige vuur in hem wat zou gaan minderen. Maar de uitsmijter moest nog gaan komen. Op een gegeven moment draaide hij zich van mij af en mocht ik de aanblik van z’n rug aanschouwen. Zijn hand zocht de onderkant van z’n t-shirt om deze vervolgens omhoog te trekken. Het volgende moment keek ik naar een glimmend pistool opgeborgen in een fraai leren holster. Ik had dus al geruime tijd naast iemand gezeten die gewapend op stap ging. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik mij hier werkelijk van bewust was.
Ik vroeg hem vervolgens of hij ooit het wapen had moeten gebruiken. Nee, dat bleek niet het geval te zijn. Wel verhaalde hij van een voorval in een metro-station. Hij was met een vriendin daar aanwezig en zij waren getuige hoe een groepje jongeren iemand lastig vielen. Hij sprak hen daarop aan waardoor er nu een dreigende houding richting hen ontstond.
Toen ze dichterbij kwamen en het erop ging lijken dat er werkelijk een bedreigende situatie aan het ontstaan was nam de vriendin vastberaden het woord. Ze sprak alleen maar; “Shoot 'em down Darrell!”. De jongens weifelden even en besloten om verder niets te ondernemen en kozen het hazepad. Want de kans dat er nu werkelijk een vuurwapen getrokken zou worden was reëel aanwezig.
Aan bovenstaande gebeurtenis moet ik nog wel eens terugdenken. Vooral als er weer eens een schietincident heeft plaatsgevonden in de Verenigde Staten. Als een gestoord persoon besluit het gehele magazijn leeg te vuren. Dat meestal op de eerste de beste die hij (eigenlijk nooit een zij) tegenkomt bij het betreden van een winkelcentrum, restaurant van een fastfoodketen of bedrijf waar in het verleden is gewerkt.
Verkerend in psychische nood, in een fase waarin irritatie is overgegaan in pure frustratie. Waar agressie een drijfveer wordt. Dat kan dan een uitweg vinden in het beëindigen van levens van enkele willekeurige passanten. Daar wordt later dan van gezegd dat ze slachtoffer zijn geworden van “Being at the wrong place at the wrong time”.
Wat nu als de jongeman die ik daar in die trein heb ontmoet later door bepaalde omstandigheden heel anders in het leven komt te staan? Wellicht wordt hij als militair uitgezonden naar Irak of Afganistan en maakt daar dingen mee die hem geestelijk laten wankelen. Door een economische recessie vallen een aantal schijnbare zekerheden in één keer weg. In persoonlijke sfeer vinden gebeurtenissen plaats die zijn mentale stabiliteit een flinke douw geven.
We zijn allemaal mensen, die door omstandigheden in een toestand kunnen raken waarvan we nu absoluut geen voorstelling kunnen maken. We blijken in staat te zijn dingen te gaan doen die we nu voor onmogelijk houden. De ramp is dan niet te overzien als je vrijwel altijd een vuurwapen bij je hebt en dat vervolgens een stem in je hoofd je opdraagt; “Shoot ‘em down Darrell!”
Naschrift:
Twee maanden nadat ik dit publiceerde schoot op 9 april 2011 Tristan van der Vlis zes mensen en daarna zichzelf dood in een winkelcentrum te Alphen aan den Rijn. Zeventien raakten er gewond. Daarna barste de discussie los omtrent het nut van schietclubs en wapenbezit hier in Nederland.
Ik was bezig met het laatste gedeelte van een treinreis door het westen van de Verenigde Staten Het grootste gedeelte van het traject Denver-Seattle zat er op. Een paar uur nog en er zijn zo’n slordige vijfduizend kilometers door mij afgelegd in het land van de 'onbegrensde mogelijkheden'.
De trein mindert vaart ten teken dat het volgende station in aantocht is. Ik draai aan de afstemknop van mijn walkman op zoek naar een lokaal radiostation. Op zoek naar muziek nu de batterijen het vermogen niet meer kunnen leveren een cassettebandje op het juiste toerental te houden. Het restant aan energie is nog wel voldoende om nog een poosje naar de radio te luisteren. Ik zal in Seattle wel nieuwe gaan kopen.
De trein is intussen geheel tot stilstand gekomen. Het perron is leeg en ik zie ook niemand die deze plek als eindbestemming heeft en net is uitgestapt. Ik buig me voorover om iets eetbaars te zoeken in mijn reistas. Het levert een muslireep op. Als ik weer opkijk zie ik een jongeman naderen, gemillimeterd haar, strakke spijkerbroek en wit t-shirt. Ik schat hem begin twintig. Alles lijkt er op dat hij naast me komt zitten. Zijn baggage wordt in het daar voor bestemde rek gelegd. Nadat hij plaats heeft genomen knik ik hem vriendelijk toe.
Na een poosje raken we in gesprek. Hij blijkt op weg te zijn naar Seattle waar hij het weekend door wil brengen. Hij is marinier van beroep en in die hoedanigheid is hij al enkele malen in Europa geweest. Hij stelt zich voor als Darrell. We komen te spreken over verschillen tussen de Amerikaanse en de cultuur hier in het westen van Europa. Hij blijkt goed op de hoogte te zijn van dingen die in beide continenten spelen.
Op een gegeven moment opper ik dat één van de aspecten van de Amerikaanse samenleving, waarmee ik erg moeite heb, vrij wapenbezit betreft. Dat iedereen, die aan bepaalde voorwaarden voldoet, een winkel kan binnen stappen om daar een vuurwapen naar persoonlijke smaak aan te schaffen! Het bleek een schot in de roos… ik had blijkbaar een wel heel gevoelige snaar geraakt.
Hij veerde op. Zijn stem veranderde van intonatie. Het gesprek was tot nu toe in balans geweest. Om de beurt hadden we ongeveer op gelijke voet de spreektijd kunnen invullen. Maar nu veranderde hij in de leraar en ik had maar te even luisteren. Hij doseerde en ik kreeg een fikse portie ‘constitutional rights’ over me heen gegoten. Zijn oratie ging verder over recht op zelfverdediging, over ‘amendments’ die aan de basis stonden van de Amerikaanse samenleving.
Ik bleef beleefd luisteren en wachtte totdat het heilige vuur in hem wat zou gaan minderen. Maar de uitsmijter moest nog gaan komen. Op een gegeven moment draaide hij zich van mij af en mocht ik de aanblik van z’n rug aanschouwen. Zijn hand zocht de onderkant van z’n t-shirt om deze vervolgens omhoog te trekken. Het volgende moment keek ik naar een glimmend pistool opgeborgen in een fraai leren holster. Ik had dus al geruime tijd naast iemand gezeten die gewapend op stap ging. Het was de eerste keer in mijn leven dat ik mij hier werkelijk van bewust was.
Ik vroeg hem vervolgens of hij ooit het wapen had moeten gebruiken. Nee, dat bleek niet het geval te zijn. Wel verhaalde hij van een voorval in een metro-station. Hij was met een vriendin daar aanwezig en zij waren getuige hoe een groepje jongeren iemand lastig vielen. Hij sprak hen daarop aan waardoor er nu een dreigende houding richting hen ontstond.
Toen ze dichterbij kwamen en het erop ging lijken dat er werkelijk een bedreigende situatie aan het ontstaan was nam de vriendin vastberaden het woord. Ze sprak alleen maar; “Shoot 'em down Darrell!”. De jongens weifelden even en besloten om verder niets te ondernemen en kozen het hazepad. Want de kans dat er nu werkelijk een vuurwapen getrokken zou worden was reëel aanwezig.
Aan bovenstaande gebeurtenis moet ik nog wel eens terugdenken. Vooral als er weer eens een schietincident heeft plaatsgevonden in de Verenigde Staten. Als een gestoord persoon besluit het gehele magazijn leeg te vuren. Dat meestal op de eerste de beste die hij (eigenlijk nooit een zij) tegenkomt bij het betreden van een winkelcentrum, restaurant van een fastfoodketen of bedrijf waar in het verleden is gewerkt.
Verkerend in psychische nood, in een fase waarin irritatie is overgegaan in pure frustratie. Waar agressie een drijfveer wordt. Dat kan dan een uitweg vinden in het beëindigen van levens van enkele willekeurige passanten. Daar wordt later dan van gezegd dat ze slachtoffer zijn geworden van “Being at the wrong place at the wrong time”.
Wat nu als de jongeman die ik daar in die trein heb ontmoet later door bepaalde omstandigheden heel anders in het leven komt te staan? Wellicht wordt hij als militair uitgezonden naar Irak of Afganistan en maakt daar dingen mee die hem geestelijk laten wankelen. Door een economische recessie vallen een aantal schijnbare zekerheden in één keer weg. In persoonlijke sfeer vinden gebeurtenissen plaats die zijn mentale stabiliteit een flinke douw geven.
We zijn allemaal mensen, die door omstandigheden in een toestand kunnen raken waarvan we nu absoluut geen voorstelling kunnen maken. We blijken in staat te zijn dingen te gaan doen die we nu voor onmogelijk houden. De ramp is dan niet te overzien als je vrijwel altijd een vuurwapen bij je hebt en dat vervolgens een stem in je hoofd je opdraagt; “Shoot ‘em down Darrell!”
Naschrift:
Twee maanden nadat ik dit publiceerde schoot op 9 april 2011 Tristan van der Vlis zes mensen en daarna zichzelf dood in een winkelcentrum te Alphen aan den Rijn. Zeventien raakten er gewond. Daarna barste de discussie los omtrent het nut van schietclubs en wapenbezit hier in Nederland.
Labels:
Column,
Kort Verhaal,
Personage,
Samenleving
zondag 2 januari 2011
Neal Morse (met een lokale coryfee)
Hoewel Ede niet direct als het 'culturele mekka' van midden-Nederland bekend staat kan ze aardig mee komen lijkt mij. Ik kijk dan vooral naar het gevarieërde programma dat er zo jaarlijks door o.a. De Reehorst, Cultura en Cinemec wordt aangeboden.
Verder kun je hier bekende culturele coryfeeën tegenkomen in hun dagelijkse beslommeringen. Onlangs zag ik bijvoorbeeld Hans Dorrestijn, gewapend met plastic tasje, door het centrum slenteren. Hier zou je Jan Siebelink van z’n sokken kunnen rijden als hij de hond aan het uitlaten is (dat overkwam een poosje geleden een collega van mij bijna).
Voor mij persoonlijk is de Edenaar met de hoogste culturele status een muzikant. Bij de massa geheel onbekend maar bij insiders bekend om zijn fantastisch drumspel. Ik kwam hem al eens tegen tussen de t-shirts en overhemden bij één van de plaatselijke low-budget textielboeren. Ik zei “Hallo” en noemde vervolgens zijn naam. Hij keek verbaasd op want we kennen elkaar niet persoonlijk.
Ik vertelde kort dat ik hem al twee keer live aan het werk had gezien. Dat ik normaal vooral gericht ben op wat de gitarist laat horen en zien. Maar dat hij door zijn goede drummen mijn aandacht wel erg van dat van de zes snaren had afgehouden! Hij maakte een lichte buiging en bedankte mij voor het compliment. Ik grasduinde vervolgens verder tussen het sterk afgeprijsde aanbod.
De man waar ik het over heb is Collin Leijenaar en hij speelt al weer vele jaren in de begeleidingsband van Neal Morse als deze in Europa op tournee is. Voor de CD opnames maakt Morse gebruikt van de beste muzikanten die het progressieve rockgenre heeft voortgebracht. Voor het drumwerk doet hij sinds jaar en dag beroep op wellicht wel de beste drummer ter wereld: Mike Portnoy (ex-Dream Theater).
Maar deze crème de la crème musici zijn vaak niet voorhanden (of gewoonweg te duur) voor een tournee van live-optredens en daarom heeft Neal Morse een aantal muzikanten gevonden die deze job uitmuntend ten uitvoer weten te brengen. En die komen dus 'gewoon' hier uit de regio!
Hierboven staat de trailer van de Sola Scriptura live DVD van Neal Morse. Dit fraaie conceptalbum handelt over het leven van de kerkhervormer Maarten Luther. Speel het eens af om een absolute topper in de progressieve rock te aanschouwen! Of anders... speel het eens af om te horen (en te zien) hoe een 'lokale held' de zaak aan elkaar mept! Om maar eens bij de t-shirts te blijven; een drummer met maatvoering XL.
zaterdag 1 januari 2011
Een Beknopte Bio
In 1965 ben ik geboren. In het Friese dorp Garyp kwam ik ter wereld en tot in 2001 zou het duren voordat ik elders ging wonen. Het gezin Winkel kende buiten mij nog drie jongere zussen. Vader verdiende de kost als all-round timmerman bij een bouwbedrijf in een naburig dorpje. Moeder kon zich helemaal als full-time huishoudkundig manager op de thuissituatie richten.
De plaatselijke basisschool heb ik succesvol doorlopen. Als leerling zou ik me achteraf als bovengemiddeld of sub-top willen kwalificeren. Aan het einde van deze (wel heel lange) rit lag daar het advies van de schoolleiding om verder te gaan naar de mavo/havo.
Toch maar voorzichtig begonnen aan het vervolgtraject en viel de keus op het schooltype links van de slash (/). Deze vier-jarige opleiding dan ook binnen de daar voor bestemde duur afgelegd. Het eerste jaar was trouwens als een experimentele onderwijsvorm die dan ook als 'middenschool' is doorlopen.
Hierna gekozen voor de middelbare technische school richting elektro/elektronica. Dit werd niet wat ik en de school zich erbij hadden voorgesteld. Na één jaar zijn wij dan ook alweer snel uit elkaar gegaan.
Als alternatief mij daarna aangemeld bij de middelbare agrarische school. Dit verliep voor beide partijen wel geheel naar wens en na drie jaar had ik het begeerde diploma in handen. Afstudeerrichting 'veehouderij' stond er met vette letters op vermeld.
In 1985 een vakantiebaantje geregeld bij de NTF (later Rendac) dat hoofdzakelijk slachtafval en kadavers verwerkt (ja, ja). Na negen weken was dit voorbij en lag daar op vrijdag de vraag of ik maandag voor vast wou beginnen? Met in mijn achterhoofd dat het slechts tijdelijk zal zijn toch maar mee ingestemd.
Mijn officiële werkzame periode was gestart! Jolmer is de naam... bedieningsman zijn baan! In de drie-ploegen verdiende ik nu mijn eerste geld. Ik ging vervolgens een opleiding volgen tot proces-operator met als resultaat dat ik VAPRO B op mijn c.v. mag vermelden.
Inderdaad was het allemaal tijdelijk... alleen het heeft nog wel 16 jaar geduurd. In 1999 mijn vrouw leren kennen. In 2000 getrouwd en in 2001 verhuisd naar Barneveld waar ik bij Givaudan, een producent van geur- en smaakstoffen, mijn verdere loopbaan als operator ging vervolgen.
Deze affaire zou maar kort zijn, namelijk de proeftijd. Ik stapte over naar Denka International (ook in Barneveld) waar ik voortaan in dagdienst ging werken. De werkzaamheden daar hadden te maken met het produceren van allerlei chemische bestrijdingsmiddelen. Zo'n vier jaar heeft deze relatie stand gehouden.
In 2003 vader geworden van een zoon. Deze kreeg vervolgens in 2005 een broertje erbij.
In 2006 was CSK Food Enrichment te Ede het volgende station. Het kweken van allerlei zuursels voor de produktie van kaas, kwark, yoghurts etc. stond hier op het programma. Intussen verhuisd naar Ede. Nogmaals het vaderschap mogen meemaken doordat er een dochter in dit jaar ter wereld kwam.
De dreiging dat het werken hier in dagdienst op termijn over zal gaan in een volcontinu-dienst deed mij zoeken naar een andere betrekking. Mijn oog viel op de firma Tanatex Chemicals te Ede. Operator in pure dagdienst zonder fratsen. Sinds begin 2008 zijn wij nu bij elkaar en ben ik betrokken bij de produktie van allerlei vloeistoffen bestemd voor de textielindustrie.
Wat valt er verder nog te vermelden? Aan het einde van 2009 gestart met weblog De Winkelhaak. Als schrijver richt ik me op allerhande dingen die mij bezighouden of zaken die ik gewoonweg tegenkom. Soms serieus met een iets van morele ondertoon. Soms ook humoristisch dan wel licht ironisch en een enkele keer met een flinke dosis zelfspot.
Ik ben intussen ook verbonden als columnist aan een vakblad gerelateerd aan de proces-industrie. Verder mag ik sinds april 2012 wekelijks een column voor de Edese Post aanleveren. Natuurlijk ben ik altijd op zoek om mijn lezerspubliek te vergroten. Dus wie in de gelegenheid is om mij hiervoor een podium te verschaffen mag van zich laten horen!
Een meer gedetailleerde beschrijving van mijn werk als operator en de bedrijven waarvoor ik werkzaam ben geweest is hier te vinden.
Was getekend,
Jolmer Winkel
De plaatselijke basisschool heb ik succesvol doorlopen. Als leerling zou ik me achteraf als bovengemiddeld of sub-top willen kwalificeren. Aan het einde van deze (wel heel lange) rit lag daar het advies van de schoolleiding om verder te gaan naar de mavo/havo.
Toch maar voorzichtig begonnen aan het vervolgtraject en viel de keus op het schooltype links van de slash (/). Deze vier-jarige opleiding dan ook binnen de daar voor bestemde duur afgelegd. Het eerste jaar was trouwens als een experimentele onderwijsvorm die dan ook als 'middenschool' is doorlopen.
Hierna gekozen voor de middelbare technische school richting elektro/elektronica. Dit werd niet wat ik en de school zich erbij hadden voorgesteld. Na één jaar zijn wij dan ook alweer snel uit elkaar gegaan.
Als alternatief mij daarna aangemeld bij de middelbare agrarische school. Dit verliep voor beide partijen wel geheel naar wens en na drie jaar had ik het begeerde diploma in handen. Afstudeerrichting 'veehouderij' stond er met vette letters op vermeld.
In 1985 een vakantiebaantje geregeld bij de NTF (later Rendac) dat hoofdzakelijk slachtafval en kadavers verwerkt (ja, ja). Na negen weken was dit voorbij en lag daar op vrijdag de vraag of ik maandag voor vast wou beginnen? Met in mijn achterhoofd dat het slechts tijdelijk zal zijn toch maar mee ingestemd.
Mijn officiële werkzame periode was gestart! Jolmer is de naam... bedieningsman zijn baan! In de drie-ploegen verdiende ik nu mijn eerste geld. Ik ging vervolgens een opleiding volgen tot proces-operator met als resultaat dat ik VAPRO B op mijn c.v. mag vermelden.
Inderdaad was het allemaal tijdelijk... alleen het heeft nog wel 16 jaar geduurd. In 1999 mijn vrouw leren kennen. In 2000 getrouwd en in 2001 verhuisd naar Barneveld waar ik bij Givaudan, een producent van geur- en smaakstoffen, mijn verdere loopbaan als operator ging vervolgen.
Deze affaire zou maar kort zijn, namelijk de proeftijd. Ik stapte over naar Denka International (ook in Barneveld) waar ik voortaan in dagdienst ging werken. De werkzaamheden daar hadden te maken met het produceren van allerlei chemische bestrijdingsmiddelen. Zo'n vier jaar heeft deze relatie stand gehouden.
In 2003 vader geworden van een zoon. Deze kreeg vervolgens in 2005 een broertje erbij.
In 2006 was CSK Food Enrichment te Ede het volgende station. Het kweken van allerlei zuursels voor de produktie van kaas, kwark, yoghurts etc. stond hier op het programma. Intussen verhuisd naar Ede. Nogmaals het vaderschap mogen meemaken doordat er een dochter in dit jaar ter wereld kwam.
De dreiging dat het werken hier in dagdienst op termijn over zal gaan in een volcontinu-dienst deed mij zoeken naar een andere betrekking. Mijn oog viel op de firma Tanatex Chemicals te Ede. Operator in pure dagdienst zonder fratsen. Sinds begin 2008 zijn wij nu bij elkaar en ben ik betrokken bij de produktie van allerlei vloeistoffen bestemd voor de textielindustrie.
Wat valt er verder nog te vermelden? Aan het einde van 2009 gestart met weblog De Winkelhaak. Als schrijver richt ik me op allerhande dingen die mij bezighouden of zaken die ik gewoonweg tegenkom. Soms serieus met een iets van morele ondertoon. Soms ook humoristisch dan wel licht ironisch en een enkele keer met een flinke dosis zelfspot.
Ik ben intussen ook verbonden als columnist aan een vakblad gerelateerd aan de proces-industrie. Verder mag ik sinds april 2012 wekelijks een column voor de Edese Post aanleveren. Natuurlijk ben ik altijd op zoek om mijn lezerspubliek te vergroten. Dus wie in de gelegenheid is om mij hiervoor een podium te verschaffen mag van zich laten horen!
Een meer gedetailleerde beschrijving van mijn werk als operator en de bedrijven waarvoor ik werkzaam ben geweest is hier te vinden.
Was getekend,
Jolmer Winkel
donderdag 30 december 2010
Into The Wild
Ik kijk weinig televisie, laat staan films. Als ik kijk dan is het meestal naar iets op de publieke zenders of op de BRT. Daar stuitte ik gisteravond al zappend op een aankondiging van de film Into The Wild. Een poosje geleden had ik in het Nederlands Dagblad een artikel over deze film gelezen en besloot te gaan kijken of het wat zou zijn. Het zou uitmonden in het zeldzame gebeuren dat een film mij van begin tot einde weet te boeien.
Into The Wild is de verfilming van het gelijknamige boek van Jon Krakauer. Het is het waargebeurde verhaal van de jonge Amerikaan Chris McCandless die in plaats van de beoogde weg om naar de universiteit te gaan kiest voor een radicale wending in zijn leven. Het geld bestemd voor verdere studie geeft hij aan een goed doel en vervolgens zet hij de schaar in al z'n creditcards. Zonder iemand in te lichten laat hij alles achter zich en vertrekt.
Weg van de wereld waarin carrière maken en veel geld verdienen centraal staan. Een wereld waarin materialisme de belangrijkste drijfveer is. Weg van liefdeloze relaties, onechtheid en hypocrisie. Als hij vervolgens met zijn oude auto strandt, verbrandt hij zijn laatste geld en gaat te voet verder het grote onbekende tegemoet. En dat met één groot hoofddoel... leven in the wildernis van Alaska.
Via flashbacks geeft de film beelden van de thuissituatie, met name het slechte huwelijk van z'n ouders. Van z'n omzwervingen en enkele mensen die hij hierbij heeft ontmoet en waarmee hij vriendschap heeft gesloten. Uiteindelijk komt hij in de wildernis van Alaska terecht waarbij hij een oude verlaten bus als onderkomen betrekt. Het zal ook zijn laatste verblijfplaats worden...
Een onderhoudende film derhalve die aanzet tot nadenken (met fraaie muzikale ondersteuning van Eddie Vedder).
zaterdag 18 december 2010
Een Kleinigheidje...
Onlangs heb ik een pago gehad. Voor wie dit begrip niets zegt… het is een Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek. Als werknemer wordt je gezondheid weer eens onder de loep genomen. En dat kan nooit kwaad natuurlijk.
Het bestaat eigenlijk uit drie dingen. Je vult een vragenlijst in, er worden enkele metingen gedaan en er wordt wat bloed afgenomen voor verder onderzoek. Onlangs lag de uitslag van de test waarbij het rode lichaamsvocht rijkelijk vloeit op de deurmat. Daarmee was het onderzoek rond en duidelijk dat ik op alle drie onderdelen van dit medisch drieluik in orde ben bevonden. Blijdschap en tevredenheid alom dus.
Nou… niet echt moet ik bekennen. Ik kijk met gemengde gevoelens terug op het geheel want één onderdeel is voor mij zeer teleurstellend verlopen. Iets waar je op zich helemaal geen invloed op hebt maar wat toch heel gevoelig ligt. En dan met name binnen mijn familie. Ik neem u mee naar de wereld die 'kleinzerigheid' heet!
De aardige mevrouw die het onderzoek uitvoerde vroeg mij beleefd mijn schoenen uit te trekken. Zij wees naar een wand en een plek waar ik plaats mocht gaan nemen. “Rechtop staan, kin graag iets naar voren, ja… dat is goed” sprak ze nog. Ik voelde vervolgens iets bovenop mijn schedel terecht komen. Ze prevelde “één meter” en noemde vervolgens nog een getal.
En dat getal was de aanleiding tot het onbevredigende gevoel dat ik aan het gehele onderzoek heb overgehouden. Want het was twee centimeter minder dan waar ik altijd maar van uitging!
Ik was dus twee hele centimeters kleiner dan dat ik altijd heb gedacht. Dat is dus een regelrechte ramp want dit ligt, zoals ik al eerder noemde, zeer gevoelig binnen mijn familie. Hierbij kijk ik dan vooral met een schuin oog naar mijn eigen vader.
Want wat is het geval? Binnen de familie zijn we niet erg gezegend als het gaat om lichaamslengte. Vader zit in de categorie S en moeder kan met haar 1.55 meter in de klasse XS (xtra small) worden ingedeeld. Genetisch gezien zou ik hier ergens tussenin horen maar gelukkigerwijze heeft de natuur mij ongeveer dezelfde lengte als vader toebedeeld. Ik zeg ongeveer maar bedoel eigenlijk ‘ietsjes meer’ te zeggen.
Ik ben dus iets langer dan mijn vader (hoewel we klein van stuk zijn)! Maar hij is niet echt van het toegeeflijke soort en bestrijdt het bovenstaande feit dan ook te vuur en te zwaard. Hierbij gaat hij zelfs fraudeleuze handelingen niet uit de weg. Ja, u leest het goed. Toen bij de verlenging van z’n rijbewijs de persoon achter het loket bij het gemeentehuis naar zijn precieze lengte vroeg jokte hij er zomaar enkele centimeters bij!
De weinig kritische ambtenaar noteerde klakkeloos zijn antwoord in het computersysteem. En u weet hoe moeilijk het is zoiets ooit weer ongedaan te maken. Maar vader zwaait graag met het officiële document als het om de bewijsvoering van zijn lengte gaat. Tja… zo lust ik er nog wel een paar!
Bij een rechtstreekse confrontatie is hij ook nooit erg coöperatief. De ruggen tegen elkaar om te bepalen wie nu echt de ultieme winnaar is verloopt ook altijd weer moeizaam door zijn toedoen. Hij is niet alleen met mij hierover in conflict. Binnen de kring van z’n broers en zussen probeert hij vol overtuiging het ‘grootheidsevangelie’ te prediken. Ook daar stuit hij (vanzelfsprekend) op grote weerstand .
En daar nu ligt dat pago-rapport. Maar onverwachts gloort er toch nog hoop voor mij. Toen ik één van mijn naaste collega’s vertelde van het tekort aan centimeters kwam hij met een identiek verhaal. Ook hij was volgens de meting twee centimeter korter dan verwacht. Toen we later hierover met nog een andere collega kwamen te spreken hoorden we ook hier dezelfde ervaring.
Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat niet krimping maar een foute meting bij de arbo-dienst aan de basis staat van de ‘verdwenen’ lengte. We zijn nu bezig in hoger beroep te gaan en onze advocaat eist binnenkort een herijking van de gebruikte meetapparatuur. Tot die tijd maak ik gebruik van zwijgrecht en doe verder richting mijn vader geen enkele mededeling meer over deze gevoelige zaak. Twee centimeter, een kleinigheid maar toch…
Met vriendelijke groet,
De grootste van de familie.
Het bestaat eigenlijk uit drie dingen. Je vult een vragenlijst in, er worden enkele metingen gedaan en er wordt wat bloed afgenomen voor verder onderzoek. Onlangs lag de uitslag van de test waarbij het rode lichaamsvocht rijkelijk vloeit op de deurmat. Daarmee was het onderzoek rond en duidelijk dat ik op alle drie onderdelen van dit medisch drieluik in orde ben bevonden. Blijdschap en tevredenheid alom dus.
Nou… niet echt moet ik bekennen. Ik kijk met gemengde gevoelens terug op het geheel want één onderdeel is voor mij zeer teleurstellend verlopen. Iets waar je op zich helemaal geen invloed op hebt maar wat toch heel gevoelig ligt. En dan met name binnen mijn familie. Ik neem u mee naar de wereld die 'kleinzerigheid' heet!
De aardige mevrouw die het onderzoek uitvoerde vroeg mij beleefd mijn schoenen uit te trekken. Zij wees naar een wand en een plek waar ik plaats mocht gaan nemen. “Rechtop staan, kin graag iets naar voren, ja… dat is goed” sprak ze nog. Ik voelde vervolgens iets bovenop mijn schedel terecht komen. Ze prevelde “één meter” en noemde vervolgens nog een getal.
En dat getal was de aanleiding tot het onbevredigende gevoel dat ik aan het gehele onderzoek heb overgehouden. Want het was twee centimeter minder dan waar ik altijd maar van uitging!
Ik was dus twee hele centimeters kleiner dan dat ik altijd heb gedacht. Dat is dus een regelrechte ramp want dit ligt, zoals ik al eerder noemde, zeer gevoelig binnen mijn familie. Hierbij kijk ik dan vooral met een schuin oog naar mijn eigen vader.
Want wat is het geval? Binnen de familie zijn we niet erg gezegend als het gaat om lichaamslengte. Vader zit in de categorie S en moeder kan met haar 1.55 meter in de klasse XS (xtra small) worden ingedeeld. Genetisch gezien zou ik hier ergens tussenin horen maar gelukkigerwijze heeft de natuur mij ongeveer dezelfde lengte als vader toebedeeld. Ik zeg ongeveer maar bedoel eigenlijk ‘ietsjes meer’ te zeggen.
Ik ben dus iets langer dan mijn vader (hoewel we klein van stuk zijn)! Maar hij is niet echt van het toegeeflijke soort en bestrijdt het bovenstaande feit dan ook te vuur en te zwaard. Hierbij gaat hij zelfs fraudeleuze handelingen niet uit de weg. Ja, u leest het goed. Toen bij de verlenging van z’n rijbewijs de persoon achter het loket bij het gemeentehuis naar zijn precieze lengte vroeg jokte hij er zomaar enkele centimeters bij!
De weinig kritische ambtenaar noteerde klakkeloos zijn antwoord in het computersysteem. En u weet hoe moeilijk het is zoiets ooit weer ongedaan te maken. Maar vader zwaait graag met het officiële document als het om de bewijsvoering van zijn lengte gaat. Tja… zo lust ik er nog wel een paar!
Bij een rechtstreekse confrontatie is hij ook nooit erg coöperatief. De ruggen tegen elkaar om te bepalen wie nu echt de ultieme winnaar is verloopt ook altijd weer moeizaam door zijn toedoen. Hij is niet alleen met mij hierover in conflict. Binnen de kring van z’n broers en zussen probeert hij vol overtuiging het ‘grootheidsevangelie’ te prediken. Ook daar stuit hij (vanzelfsprekend) op grote weerstand .
En daar nu ligt dat pago-rapport. Maar onverwachts gloort er toch nog hoop voor mij. Toen ik één van mijn naaste collega’s vertelde van het tekort aan centimeters kwam hij met een identiek verhaal. Ook hij was volgens de meting twee centimeter korter dan verwacht. Toen we later hierover met nog een andere collega kwamen te spreken hoorden we ook hier dezelfde ervaring.
Kortom, het lijkt er verdacht veel op dat niet krimping maar een foute meting bij de arbo-dienst aan de basis staat van de ‘verdwenen’ lengte. We zijn nu bezig in hoger beroep te gaan en onze advocaat eist binnenkort een herijking van de gebruikte meetapparatuur. Tot die tijd maak ik gebruik van zwijgrecht en doe verder richting mijn vader geen enkele mededeling meer over deze gevoelige zaak. Twee centimeter, een kleinigheid maar toch…
Met vriendelijke groet,
De grootste van de familie.
Abonneren op:
Posts (Atom)


