Interactie kan door het sturen van e-mail naar: jolmerwinkel@gmail.com of mij te gaan volgen op Twitter of vrienden te worden op Facebook.

donderdag 13 juni 2013

Next Year In Jerusalem

Ik las onlangs (in het ND) dat er een gezegde bestaat dat Joden wereldwijd uitspreken tijdens de traditionele seider-paasmaaltijd: “Le sjana haba bi jeroesjalaiem” oftewel ‘Next year in Jerusalem’. Met deze spreuk wordt uitdrukking gegeven aan de wens van Joden terug te keren naar hun vaderland. Nu kende ik deze achtergrond niet maar wel de spreuk die als bijtitel hoort bij de song ‘Berlin ’38’ van de Zweedse formatie Jerusalem. Hier is het nummer en de muziek en de beelden spreken voor zich…

vrijdag 7 juni 2013

Levendig Centrum


















De gemeente Ede heeft voor drie jaar de firma Walas ingehuurd voor 10.000 euro per maand om te adviseren hoe het centrum levendiger te maken. Daar komen nog huisvestingskosten bij. Ik schat zo in dat het over de 4 ton gaat kosten. Ja… wrijf uw ogen nog maar eens goed uit, het staat er echt! Je gelooft dit toch niet!

Zoals binnen een onderneming vaak de beste ideeën voor verbetering van de werkvloer komen, zo kunnen hiervoor toch ook wel Edenaren worden ingeschakeld. Belast een ambtenaar enkele uren per week met het verzamelen van realiseerbare verbeteringen. Schrijf desnoods een prijsvraag uit onder de bevolking. Wie met een goed plan komt wordt beloond met een jaar lang geen reiningingsheffing.

Of krijgt een nieuwbouwstraat vernoemd naar zijn of haar naam. Dat is toch heel ludiek en kost de gemeente bijna geen cent! Een kleine sessie thuis deed één van de Winkeltjes al spontaan roepen: "Een springkussen!" Ik ben er van overtuigd dat er binnen Ede genoeg creativiteit is om mooie en redelijk betaalbare oplossingen te bedenken. Op Facebook en Twitter kwamen de eerste suggesties al binnen.

10.000 euro per maand… voor Walas een financieël walhalla, voor de gemeente Ede een bodemloze put? Oppositie spring er toch collectief bovenop! Ik neem alvast een stevige duik in de denktank. Wellicht dat de toekomstige bewoners van de Jolmer Winkelstraat straks volop mogen genieten van het levendige centrum van ons aller Ede. Allemaal bedacht zonder al te veel kostbare belastingcenten…

Deze column is geschreven naar aanleiding van dit artikel.


donderdag 30 mei 2013

Kaders











Ik heb onderstaande tekst ingestuurd naar De Metro om mee te dingen naar plaatsing in deze krant en daarmee een geldbedrag in de wacht te slepen. Of het gaat lukken..

100 euro verdienen met een column in de Metro? Dat moet kunnen, tenminste als het mij zou lukken iets te schrijven in de stijl van Luuk Koelman. Dan is dat geld zo binnen dacht ik er nog bij. Want laten we eerlijk zijn, van de columnisten die in de Metro regelmatig figureren, steekt ‘Koelemans’ er toch wel iets bovenuit. Een collega neemt dagelijks een tweetal kranten mee naar het werk.

Die lezen wij dan trouw tijdens de middagpauze in de kantine. Meestal ben ik wat sneller bij de columnsectie en mompel al gauw: "Hij is weer goed hoor!" Mijn buurman bevestigt dit dan even later ook. Nu donderde ‘onze Luukie’ een poos geleden wel heel hard van z’n sokkeltje. U weet dat vast nog wel. Daar was het trieste geval van een jongen die zelfmoord had gepleegd als gevolg van jarenlang pestgedrag.

Koelman vond het nodig over zijn rug een conservatieve katholieke hoofdredacteur aan te pakken omtrent haar visie op homosexualiteit. Een volstrekt doelloze en misplaatste actie. Daar was ook een tijdje geleden cabaretier Theo Maassen die een smakeloze grap meende te moeten maken over slachtoffers van de nieuwjaarsbrand in Volendam. Sloeg ook finaal de plank mis.

Nu kun je bij allerlei kunstvormen, waaronder columns schrijven, verschillende kaders hanteren. Het fatsoen, de wet of gewoonweg helemaal geen afbakening. Dat laatste kan in Amerika waar men de meest verschrikkelijke dingen mag roepen zolang je het maar niet ten uitvoer brengt. Hier in ons land kunnen zaken gelukkig getoetst worden aan wat de wet er over zegt.

Voelt iemand zich gekwetst dan mag de rechter uitspraak doen of iets door de beugel kan of niet. Maar vaak kunnen bepaalde uitlatingen wel binnen de juridische kaders plaatsvinden, maar wordt toch de fatsoensgrens drastisch overschreden. Waarom gebeurt dit? Om te shockeren? Om publiciteit te generen? Hebben heren als Koelman en Maassen dit echt nodig? Wordt er een hoger doel gediend?

Ik zie het niet. Laat mij nu maar eens iets verdienen over de rug van onze ‘koele man’. Ik beloof de helft aan een goed doel te geven, b.v. de brandwondenstichting. De andere helft is voor mij. Dus kom maar op met die honderd euries Metro. Dat zou zondermeer een fatsoenlijk gebaar zijn. Laat maar zeggen in het kader van ietsjes genoegdoening. En er moet hier natuurlijk ook brood op de plank blijven… net zoals bij de ‘maasjes’ en de ‘koelmannetjes’ van deze wereld.

dinsdag 21 mei 2013

Ik Winkel Graag Op Zondag

















Het foldertje dat ik onlangs ontving ligt naast mij. Hoogstpersoonlijk afgegeven door de fractieleider van de Edese fractie van D66. We hadden een korte ontmoeting in één van de winkels in het centrum. We drukten elkaar de hand. "Ik weet dat jij het wel aanneemt" sprak Sina Salim. Ik beaamde dat en vervolgde "Hoewel je weet hoe ik er over denk."

‘Ik winkel graag op zondag’ prijkt boven het groene logo van de partij die de verruiming van de winkeltijdenwet een topprioriteit heeft gegeven. Dat lang niet iedereen in Ede op de ‘zendelingen’ van D66 staat te wachten is geen publiek geheim. Het volle evangelie van zondagse winkelopenstelling wordt zo hier en daar dan ook als onversneden ketterij gebrandmerkt.

Toen ik informeerde hoe de actie verliep kreeg ik ook te horen dat er verdeeld wordt gereageerd. Dhr. Salim vertelde dat hem nog iets zeer ernstigs was toegewenst door een al wat oudere inwoner. "Ach dat ben ik wel gewend in hier in Ede" voegde hij er nog aan toe. Ik schrik dan toch wel even. Kijk dat standpunten mijlenver uit elkaar liggen is een gegeven.

Maar het uitwisselen van gedachten over dit onderwerp moet vanzelfsprekend binnen rationele kaders blijven. Uitwisseling van visie op liberaal inzicht versus die op religieuze grond of hoe je het ook maar inkleurt, maar altijd binnen de grenzen van fatsoen. Daarna blijft er niets over dan elkaar verder een goede dag te wensen.

De stembus zal uiteindelijk wel vertellen hoe de verhoudingen komen te liggen. Ik wens D66-Ede dan ook veel succes bij hun actie. Hierbij bied ik hun dan ook graag een denkbeeldige folder aan met de vette opdruk ‘Ik hou graag de zondag in ere’. Ik weet ook zeker dat jij deze aanneemt Sina Salim!




zondag 19 mei 2013

Avondvierdaagse














Onlangs werd in onze woonplaats de jaarlijkse avondvierdaagse gehouden. Daar wij drie kinderen op de basisschool hebben is meedoen bijna een vanzelfsprekenheid. Ik heb dan ook alle avonden meegelopen in de rol van vader en begeleider. Naar mate de eindstreep op de vierde avond dichterbij kwam, zag ik bij een aantal mensen om mij heen, langzaam de souplesse verdwijnen.

En dat echt niet alleen bij de allerjongsten. Ook bij menig volwassen loper doofde het kaarsje langzaam. Uiteindelijk wordt met hangen en wurgen het einddoel bereikt. Ik ben nu zo’n kleine dertig jaar werkzaam als operator en heb beroepsmatig dan ook heel veel kilometers lopend afgelegd.

Monsters wegbrengen naar het QC-lab. Vele controlerondes lopen. Even naar het kantoor van de chef om iets te vragen. Een storing ergens op afstand verhelpen. En altijd zijn er weer die vele bordessen met bijbehorende trappen. Zo was er bij mijn eerste werkgever een bepaalde plek die 144 treden nodig had om bereikt te worden.

Heel veel mensen zitten tijdens hun werk gekluisterd aan een bureau en beelsdscherm. Die slechts ‘in de benen komen’ voor pauzes of toiletbezoek. Tja… en als je dan in je vrije tijd ook weinig aan beweging doet kan zoiets als de avondvierdaagse een zware opgave worden. Het veel in beweging moeten zijn zie ik dan ook als een pluspunt die vaak bij het operatorschap hoort. Werk en beweging inéén en er ook nog voor betaald krijgen.

Een avondvierdaagse ergens in het midden van het jaar? Menig operator heeft deze in de eerste werkweken van januari al lang en breed voltooid. Die doen het stukje wandelen op de gebruikelijke vier avonden er gewoon eventjes bij. Stevig lopend met één hand op de rug en de andere gebruikend om twee vingers in de neus te steken. Ja toch vakgenoten?

Deze column is bestemd voor de volgende uitgave voor het Vapro magazine.

vrijdag 10 mei 2013

Rollator Revolutie

















Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2014 doet in de gemeente Ede een nieuwe partij mee. De 65pluspartijEde. Veteraan, Lunteraan George de Haan komt er aan! Er staat de oudere medemens nog veel te wachten en van lijdzaam toezien mag geen sprake zijn. Niks geen gestaar meer vanachter de geraniums. De vensterbank moet leeg, de ramen wijd open om zo veel mogelijk zicht te houden op de gevaren die voor ouderen dreigen.

Nu is in mijn optiek politiek bedrijven een zaak van visie hebben op alle facetten in het leven. Dat George de Haan een brede visie heeft op zo’n beetje alles om hem heen kan uit eigen ervaring beamen. Maar blijkbaar is voor hem nu de tijd rijp om slechts voor de specifieke belangen van de oudere Edenaar op te komen. De landelijke 50+partij geeft geen toestemming om aan lokale verkiezingen mee te doen.

Dus kwam de Haan op het idee om zelf een belangenvereniging en partij op te richten en dat vanaf de pensioengerechtigde leeftijd (althans zoals we die lang hebben gekend). ‘Sjors’ van de rebellenclub is aantocht en politiek Ede u bent gewaarschuwd. Want met een rollator kun je heel doelgricht tegen schenen (of heilige huisjes) botsen.

En met een wandelstok valt nog uitstekend van je af te meppen. Bril, gehoorapparaat en pruik afzetten, kunstgebit er uit en dan er volop er in vliegen. Denk aan het beeld van een oud vrouwtje dat venijnig meppend met handtasje de grootste kerels op gestrekste draf doet vluchten. Dus George… laat de rollator revolutie maar plaats gaan vinden, te beginnen in Ede.

woensdag 8 mei 2013

Hoe God Uit Jorwerd Verdween

Naar aanleiding van een kortstondig verblijf in het zuiden van Fryslân heb ik bij thuiskomst het boek Hoe God Verdween Uit Jorwerd van schrijver Geert Mak maar eens uit de kast getrokken. Ik had deze al jarenlang ongelezen op de plank liggen.

Tijdens een midweek Gaasterlân werden een aantal kleine dorpjes doorkruist en kwam bij mij de parallel naar boven met het dorp Jorwerd door Mak in 1996 beschreven. Kleine woonkernen op het Friese platteland waar het lijkt of de tijd heeft stilgestaan.

Het boek is door mij ook gelezen met een grote mate van herkenning en inlevingsvermogen. Zelf heb ik mijn eerste 36 levensjaren in een dorpje, hetzij in een andere streek van de Friesland, doorgebracht. Ook ik ben bekend met veel zaken die in dit boek aan bod komen.

Het boek gaat over de geschiedenis van Jorwerd van 1955 tot 1996. Alle aspecten van deze compacte samenleving komen aan de orde. Sociale, maatschaplijke, economische en religieuze zaken worden door de schrijver grondig onder de loep genomen en beeldend weergegeven.

Geert Mak heeft naast veel gesprekken met (oud) inwoners ook met mensen van buiten gesproken die op een één of andere manier iets met Jorwerd te maken hebben (gehad). Verder heeft hij oude archiefstukken en kranten doorgenomen en refereert hij zo hier en daar naar wetenschappelijke onderzoeken uit binnen- en buitenland om een zo goed mogelijk beeld te schetsen van het dorp en haar geschiedenis.

Het leven in een klein dorp met zijn ongeschreven sociale wetten en rituelen herken ik dus heel goed. Onlangs vroeg mijn moeder mij of ik de manier van leven uit mijn geboortedorp mis? Mijn antwoord was ontkennend van aard. Hoewel het een goede periode is geweest heb ik ervaren dat het verblijf sinds 2001 in het 'midden des lands' mij in veel opzichten goede dingen heeft gebracht. Van heimwee is geen sprake.

Wellicht is dit meesterwerkje wat te lang onaangeraakt blijven liggen maar het is beslist een aanrader voor wie meer zou willen weten en begrijpen van het leven in een kleine woongemeenschap op het (Friese) platteland. Voor wie het heeft meegemaakt geeft het boek de gelegenheid tot een nostalgische terugblik of misschien roept het juist wel gevoelens van afkeer op. Maar het zal zeker wat met de lezer doen...


vrijdag 3 mei 2013

Koopzondag















Anita kijkt wat verveeld voor zich uit. Dit is nu de derde keer voor haar. Ze is helemaal niet zo blij dat ze nu moet werken. De gemiddelde drukte viel tot nu toe tegen. Maar ja, haar baas had nu éénmaal besloten mee te doen aan de maandelijkse zondagsopenstelling. Van achter de kassa kijkt ze langdurig naar buiten waar iemand de net afgerekende boodschappen in z’n auto staat te laden. “Die was anders gewoon gisteren hier geweest” bedenkt ze zich.

Van extra omzet was tot nu toe echt geen sprake had ze min of meer al begrepen van een collega. Geld kun je dan ook maar éénmaal uitgeven. Anita’s buren waren vrij resoluut geweest toen ze hoorden dat supermarkt Mammon voortaan ook op zondagen open zal zijn. “Winkels die op zondag los zijn daar komen we doordeweeks ook niet meer” en daar hielden ze zich dan ook strikt aan. Maar ja… dat zijn dan ook van die zware refo’s.

Anita haar weerstand tegen zondagsopenstelling heeft niets met een geloofsovertuiging te maken. Ze houdt er gewoon van in het weekend leuke dingen te doen met haar gezin. Dat ze zo nu en dan moet werken op zondag doet ze met iets van tegenzin. De plaatselijke politiek had een onderzoek ingesteld naar de mogelijkheid van verruiming van de openingstijden van de lokale winkels. Een meerderheid in de gemeenteraad had wel wat gezien in dat onderzoek.

Alleen de christelijke partijen waren tegen geweest. De fractie van partij Hafmo was de grote aanjager in dit alles geweest. Het resultaat was dan ook dat een krappe meerderheid van de middenstanders wel voor openstelling op zondag voelt. Plotseling bekroop iets van schuldgevoel Anita. Zij was tenslotte ook altijd van mening geweest dat de winkels best vaker op zondag open mogen zijn. Zij is tenslotte een fervent liefhebster om zo nu en dan te gaan winkelen op zondag.

Dat gebeurt dan in naburige steden. Want in haar eigen woonplaats zaten alle winkels tot nu toe altijd potdicht op de ‘dag des heren’. “Dat is het gevolg van die arrogante christelijke dictatuur” bromt haar vader steevast als het onderwerp ter sprake komt. Maar daar is dus nu een einde aan gekomen. Ze had in eerste instantie ook gedacht dat het vooral zou gaan om de zaken die haar interesse hebben als het om winkelen gaat.

Kleding, schoenen, parfumerie, boeken en cd’s/dvd’s staan dan ook hoog op haar lijstje met favoriete shops. Dat haar eigen werkgever ook mee zou doen daar had ze eigenlijk nooit bij stilgestaan. Ze had dan ook vriendelijk nee gezegd toen ze werd gevraagd om kassadienst te draaien op de eerste de beste zondag dat de supermarkt open was. Ze had al begrepen dat ze niet verplicht kon worden. Ook bij de tweede keer had ze weer aangegeven hier niet aan mee te willen werken.

Ze had tenslotte een lang weekend met man en kinderen geregeld in een chalet ergens in de Achterhoek. Maar de onderlinge verhoudingen waren er sindsdien niet beter op geworden. Er klonk gemopper en gemor onder haar collega’s. Die stonden ook niet te springen en vonden wel dat er iets van een schema moest worden opgesteld. Om de lieve vrede te bewaren had Anita dan ook maar toegeven. Hoewel er formeel geen juridische verplichting bestaat was ze uiteindelijk toch maar voor de morele druk bezweken.

Haar baas, die ook in de gemeenteraad zit voor een partij die voorstander is van opening op zondag, zie je trouwens ook nooit op deze dag schiet haar nu te binnen. Voor hem is het vrije weekend blijkbaar ook heilig. Trouwens, laatst heeft hij gezegd dat de toeslag op werken op zondag ook onder druk staat. Tot nu toe krijgen ze een bepaalde percentage bovenop hun basissalaris. Maar dat kan in de nabije toekomst wel eens gaan veranderen had hij hen al voorgehouden.

Zullen mensen die vandaag boodschappen doen er anders over gaan denken als ze voortaan daardoor zelf ook op zondag moeten gaan werken? Daar zit Anita nu aan te denken terwijl ze opschrikt omdat een nieuwe klant zich bij de kassa meldt. Een klein jongetje overhandigt haar een statiegeldbon. Ze legt vervolgens het verschuldigde bedrag in z’n handje. 25 eurocent.

zaterdag 27 april 2013

Verloedering

Als Edese columnist heb ik wel eens last van expansiedrift. Ik steek daarom dit keer de gemeentegrenzen over naar het Wageningse. Op weg naar het centrum passeer ik dan een klein ongerept en omheind braakliggend stukje grond. Al zo’n tien jaar ligt dat er vervallen en troosteloos bij. Als gevolg van een slepend conflict tussen gemeente en de eigenaar.

Ik heb intussen wat meer kennis verkregen over deze Kirpesteingate. Ik zou het wel weten gemeente Wageningen! Een paar vrachtwagens zand er op en inzaaien met gras. Een paar bankjes, wat prullebakken en enkele kunstwerken plaatsen en een plekje reserveren voor een snackwagen. Dat kost echt niet zo veel in het licht van de ergernis die het opwekt bij de grote stroom van passanten.

Kijk dit is zo opgelost. Dat ligt dan weer heel anders dan bij ons in Ede. Als je voor het eerst hier aankomt per trein en op station Ede-Wageningen uitstapt en vervolgens kijkt richting de Parkweg… dat zal nooit een moment van liefde op het eerste gezicht kunnen zijn. De staat van de gevels en het aanzicht van de panden is tranentrekkend.

Voor de oplossing hier moet de gemeentelijke geldbuidel wel heel ver open worden getrokken. Platgooien roept dan de één. Nee, behouden en opknappen want het zijn monumentale panden roept de ander weer (BB). Wellicht moet Ede zich maar kandidaat gaan stellen voor de olympische spelen of het WK-voetbal. Dan is er vaak wel voldoende geld beschikbaar om complete wijken te renoveren.

Maar wees snel want we willen toch niet dat Wageningen ons voor zal zijn?


zaterdag 20 april 2013

Mijn droom voor Ede STAD














Een poosje geleden hield ik een mini-onderzoekje op facebook en twitter naar de vraag of Ede nu een stad mag worden genoemd of dat het ondanks de enorme expansie toch een dorp blijft. De reacties en mijn eindconlusie zijn te vinden in het artikel Stadse Fratsen.

Nu kreeg ik onlangs eeen soort van ingezonden stuk toegestuurd van Edenaar Johan Vermij. Onder de titel 'Mijn droom voor Ede STAD' maakt hij jullie deelgenoot voor wat hij in de toekomst graag in en rond Ede ziet gebeuren.

Voor het eerst in de geschiedenis van de Winkelhaak geef ik nu dan ook ruimte aan een gastschrijver. Hieronder is Johan's betoog te vinden:



Eén keer in de zoveel tijd duikt ie weer op; de discussie of Ede nu een stad is of een dorp. Meestal gebeurd dit wanneer er weer een politieke kronkel met grootstedelijke aspiraties gelanceerd wordt.

Deze maand draagt Beatrix het stokje over aan Willem Alexander en worden wij als Nederlanders opgeroepen om onze droom voor ons land te delen. Laat ik dan hier, op deze plek, mijn droom voor Ede STAD delen.

Ik ben geboren in Leeuwarden op een steenworp afstand van de finish van de elfstedentocht. Ik ben opgegroeid in Kampen en heb op kamers gewoond in Arnhem. Heb gestudeerd in Zwolle en Nijmegen. Ik heb gewerkt in Rotterdam, Den Haag, Parijs en Barcelona. Je zou kunnen zeggen dat ik een stadsmens ben.

Onlangs had ik een discussie met de redactie van het Winkelhaak blog of Ede nu een stad is of een dorp. Ik blijf er bij. Ede is en blijft een dorp. Ook al is het veel groter dan bijvoorbeeld Kampen. Maar wat maakt en dorp een dorp, en een stad een stad?

Er is natuurlijk de formele middeleeuwse discussie of een ‘stad’ stadsrechten heeft. Die hebben we in Ede niet. Wat voor mij belangrijker is, is de ziel van de stad. Alle steden waar ik gewoond en gewerkt heb, groot of klein, hebben een ziel. Een hart met oude gebouwen, een geschiedenis. Die ziel kun je niet ontwerpen of scheppen met nieuwbouwprojecten.. Kijk maar naar een ‘stad’ als Almere

Naast het historische centrum hebben de eerder genoemde plaatsen nog een gemene deler; namelijk de aanwezigheid van water. Natuurlijk groeit niet ieder gat aan een boerensloot uit tot een stad – niemand zal het ooit in zijn hoofd halen om Muggenbeet een stad te noemen – maar echte steden hebben toch wel een binding met het water. En dat missen wij in Ede.

In het weekend van de troonswisseling ga ik mijn boot verplaatsen van de Biesbos naar de Randmeren. Er zijn meerdere routes mogelijk, maar bij het bestuderen van de kaart kreeg ik toch echt de indruk dat de gemeente Ede het verst verwijderd is van bevaarbaar water. Als we daar nou eens verandering in zouden kunnen aanbrengen. Als we nou eens zouden kunnen zwieren over de boulevard van Ede…?

Dat er in Ede behoefte aan water is, is duidelijk; Na een aantal mislukte plannen duikt deze week weer de discussie op over de aanleg van een recreatieplas tussen Veenendaal en Ede. Maar een plasje vind ik dan weer te dorps gedacht. Ik zie het Edese Gat voor me. Een klein kommetje stilstaand water, omgeven door muggen.

Juist hier mogen we wat meer ambitie in leggen. In de afgelopen jaren is er op landelijk niveau veel gediscussieerd over de Ecologische Hoofdstructuur waarin we natuurgebieden aan elkaar vast proberen te plakken. In bijna alle gevallen hebben we het dan over stukjes bos en plantjes, een doorlopende zone waarin beestjes zich kunnen verplaatsen. Maar wij Nederlanders zijn verbonden met het water. In mijn Droom voor Ede STAD zie ik dan ook een Maritieme Hoofdstructuur waarin Ede STAD een plekje krijgt.

Ik zie een recreatieve watersportzone door de Food Valley NL meanderen van de Rijn bij Rhenen naar de Randmeren bij Nijkerk, een flinke 50 kilometer recreatiegebied met water en natuurgebied dat vanaf Rhenen, via Veenendaal, Ede, Barneveld en Amersfoort naar Nijkerk loopt. Dat lijkt een onbetaalbaar miljardenproject te zijn, maar volgens mij is er een interessante Business Case voor te maken. Juist nu we in de crisis zitten en de werkloosheid oploopt.

Bij eerdere crisissen hebben we gezien dat de economie gestimuleerd werd door grote infrastructurele werkgelegenheidsprojecten. In deze crisis moet het juiste werkgelegenheidsproject nog gevonden worden. Dit project moet de bouw-, en infra-sector uit de dip trekken. De aanleg van een boulevard bij Ede en Veenendaal schept niet alleen bouwbanen, maar ook talloze nieuwe kansen voor de toeristische industrie; jachthavens, horeca gelegenheden, watersportcentra...

Johan Vermij (op twitter)